Wie in Hard gelach genoot van een gezagsdrager die zich steeds dieper in de nesten werkt, vindt hier een premier die hetzelfde doet. Geen Zuid-Afrikaanse politiepost maar Downing Street, met een droger soort spot en minder slapstick.
Sharpe prikt in de apartheid, McEwan in de Brexit: twee boze satires op politiek die over de rand van het absurde gaat. De kakkerlak is veel korter en droger, maar de woede eronder herken je meteen.
Kommandant Van Heerden heeft een broer in de geest in Ignatius Reilly: allebei overtuigd van hun eigen gelijk en blind voor de ravage die ze aanrichten. Toole neemt meer tijd voor zijn hoofdpersoon, Sharpe gaat sneller van grap naar ramp.
Een doofpotaffaire in Piemburg en een wereldondergang in Zweden: in beide boeken bouwen de mensen die het voor het zeggen hebben de ene blunder op de andere. Jonasson is vriendelijker van toon, Sharpe bijt harder door.
Ook Thomése stuurt zijn figuren op een missie die vanaf het begin scheef zit en daarna alleen maar verder ontspoort. Waar Sharpe de Zuid-Afrikaanse politie belachelijk maakt, laat Thomése een Tilburgse ruwe bolster los op de buitenwereld.
Net als Sharpe in Hard gelach laat Lanoye een man met een groot ego en weinig zelfkennis los op een samenleving die hij niet begrijpt. Vlaamse spot in plaats van Zuid-Afrikaanse, even scherp en minstens zo vlot.
Waar Sharpe een politiek systeem tot op het bot uitlacht, doet Kling dat met een wereld die door algoritmes wordt bestuurd. Andere tijd, hetzelfde plezier om regels die zo absurd zijn dat niemand ze nog ziet.
Een verdwenen schilderij in plaats van een doodgeschoten kok, maar ook Zwagerman draait een misdaadje om tot een satire op een wereld die vooral haar eigen imago wil redden. Minder grof dan Sharpe, wel net zo spottend.
Van Heerden die een moord wegpoetst en een Vinex-vader die de Spelen wil binnenhalen: twee mannen die hun eigen kunnen schromelijk overschatten. Harmens is Hollandser en gezelliger, het tempo van de klucht is vergelijkbaar.
Ook bij Wodehouse proberen keurige heren een gênante kwestie onder de pet te houden, met plannen die steeds ingewikkelder worden. Geen politiek en geen geweld, wel dezelfde lol in een doofpot die telkens openklapt.
Na de rauwe Zuid-Afrikaanse farce van Sharpe is dit de lichtere Engelse variant: een held die alles erger maakt en een omgeving die hem daar alle ruimte voor geeft. Een goed boek om bij te komen van Piemburg.