Edward Clare glipt vermomd uit Downing Street, en in het boek van Rodaan Al Galidi doet de kroonprins iets vergelijkbaars in Den Haag. Twee machthebbers die tussen gewone mensen ontdekken hoe hun land werkelijk is; Al Galidi kijkt met de ogen van een nieuwkomer.
Nummer 10 en De kakkerlak spelen allebei in het hart van de Britse regering. Waar Townsend haar premier mild laat dwalen, laat Ian McEwan een insect de touwtjes in handen nemen; korter, en een stuk feller.
Al eerder liet Townsend een machthebber afdalen naar het gewone leven: in De koningin en ik moet de koninklijke familie in een sociale huurwoning wonen. Nog warmer en grappiger, en het hondje Harris beleeft de tijd van zijn leven.
In Koningin Camilla zet Townsend haar politieke spot voort in een Engeland waar buitenbeentjes achter hekken wonen, ook de royals. Het is het vervolg op De koningin en ik, dus lees dat liefst eerst.
Edward Clare vertrouwt op agent Jack Sprat om hem door het land te loodsen, zoals Bertie Wooster blind leunt op zijn bediende Jeeves. P.G. Wodehouse maakt er een lichte landhuisklucht van rond een felbegeerd erfstuk.
Townsends premier en zijn bewaker vormen een ongelijk reisgezelschap, en Jonas Jonasson bouwt een heel boek op zo'n ongelijk gezelschap dat samen zaken doet. Zweedse spot op fatsoen en macht, met veel vaart.
Wie van de Britse satire in Nummer 10 houdt, kan bij Tom Sharpe terecht, die nog harder op de Engelse middenklasse en haar ambities slaat. Grof geschut is snel en flink overdreven, met een held die zich steeds dieper in de problemen werkt.
Youp van 't Hek schrijft columns over een land dat zich over alles opwindt en waar weinig soepel loopt, de Nederlandse versie van wat Edward Clare in Engeland aantreft. Bozer van toon, maar ook grappig.
Ook in J. Kessels stappen twee ongelijke mannen samen op reis door een rauwer stuk wereld, net als de premier en zijn agent. P.F. Thomése is platter en Brabantser, met een Tilburgse held in Hamburg.
Kluun laat zijn verteller voor een tv-reportage op pad gaan, en net als Edward Clare kijkt hij met nieuwe ogen naar wat er buiten zijn eigen bubbel gebeurt. Vlot, ironisch en Nederlands.
Raoul de Jong wil na zijn eindexamen een groots jaar, en Edward Clare wil zijn premierschap redden: allebei botsen ze op een werkelijkheid die zich niet laat plannen. Lichter en jonger van toon dan Townsend.
Waar Townsends premier vermomd tussen kiezers loopt, kijkt in De wezens een buitenaards wezen vanuit een geleend menselijk lichaam naar ons gedrag. Matt Haig zoekt meer ontroering dan Townsend, maar de satire op Britse gewoonten zit er ook in.