Een kok, een sterrenkundige en een weduwe in een camper; bij Tom Sharpe is het Henry Wilt die in zijn eentje het Engelse platteland intrekt. Allebei reisverhalen die steeds verder ontsporen, Sharpe alleen een stuk grover.
Een roadtrip met een vreemd doel en twee onwaarschijnlijke reisgenoten: Thomése en zijn Tilburgse kompaan rijden in een oude Toyota naar Hamburg. Nederlandser en rauwer dan de camperreis naar Rome, maar met net zoveel vaart.
Een weduwe van 75 met een Instagram-verslaving zou zo kunnen aanschuiven bij Hendrik en Evert, twee zeventigers die zich elke week met schaak en een borrel vermaken. Hendrik Groen schrijft net zo vrolijk over oude mensen die nog volop van het leven willen proeven.
De kok uit De profeet en de idioot wil nog een keer zijn broer de waarheid zeggen, en Raoul wil na zijn eindexamen dat alles groots wordt. Raoul de Jong schrijft net zo vrolijk over iemand die met grote plannen op pad gaat.
Waar een sterrenkundige het einde van de dampkring berekent, laat Marc-Uwe Kling algoritmes het leven van iedereen bepalen. Twee satires op een wereld die de weg kwijt is, licht en vlot, Kling iets meer gericht op technologie.
Jonasson maakt van een dreigende ramp een vrolijke reis; Sue Townsend doet hetzelfde met een premier wiens steun wegzakt en die het land in trekt. Een politieke komedie met dezelfde lichte toon.
De kok die door zijn broer idioot wordt genoemd, heeft een Engelse geestverwant in Corcoran, die door zijn vriend Ukridge steeds weer in rare plannen wordt meegesleurd. Wodehouse schrijft lichter en zonder camper, met dezelfde sympathie voor de pechvogel.
Een idioot volgens zijn broer, een genie volgens zichzelf: Ignatius J. Reilly is het perfecte contrast met de kok van Jonasson. John Kennedy Toole schrijft een Amerikaanse klucht over een man die zichzelf enorm overschat, wranger en rauwer.
Een weduwe, een kok en een sterrenkundige vormen in de camper een onverwacht gezelschap, en dat overkomt ook Will, die eigenlijk niemand nodig heeft. Nick Hornby schrijft net zo warm en grappig over mensen die per ongeluk bij elkaar horen.
Een rampvoorspelling als aanleiding voor een komedie: bij Jonasson is het de dampkring, bij McEwan een insect dat premier wordt en een absurd beleid doorvoert. Korte Britse satire, scherper van toon dan de reis naar Rome.
Wie lacht om de chaotische reisgenoten van Jonasson, lacht ook om Bertie Wooster, die voor tante Dahlia een zilveren koetje moet bemachtigen en in een landhuis vol vijanden belandt. Klassieke Engelse humor, knusser dan een camperreis.