Dochter der regalen laat zien dat Donaldson ook kort kan, en Sapkowski deed hetzelfde met de verhalen waarmee The Witcher begon. Beide bundels mengen sprookjesmotieven met iets donkers en ironisch, en elk verhaal staat op zichzelf.
Wie in Donaldsons bundel vooral de vreemde, duistere verhalen waardeerde, vindt bij Bradbury de klassieke versie daarvan. Korte verhalen die beginnen bij iets gewoons en dan een vreemde kant op draaien.
Naast de fantasy van Donaldson staat hier sciencefiction, maar het principe is hetzelfde: elk verhaal draait om één ongemakkelijk idee. Dick schrijft net zo psychologisch, met hoofdpersonen die gaan twijfelen aan wat ze zien.
Straub en Donaldson hebben gemeen dat ze in kort bestek een hele wereld neerzetten waarin iets niet klopt. Deze bundel is griezeliger en duisterder, ideaal als je bij de vreemde vertellingen in Dochter der regalen meer wilde.
Het titelverhaal van Donaldson leunt op een sprookjesmotief, en Haddon doet in zijn verhalen hetzelfde met mythen en oude legendes. Literair, verrassend en net zo gevarieerd van toon.
Enríquez brengt het griezelige naar de straten van Buenos Aires, waar Donaldson het in sprookjes zoekt. Wie de duistere verhalen uit Dochter der regalen het sterkst vond, krijgt hier dezelfde onrust in een heel andere setting.
Een tweede bundel van Enríquez voor wie van Donaldsons vreemdere verhalen houdt: hier verandert het gewone leven van Argentijnse vrouwen steeds net iets te veel. Literair, scherp en eng op een stille manier.
Bij Eekhaut keert in elk verhaal een bezoeker terug, zoals Donaldson in zijn bundel steeds een vreemde indringer in een vertrouwde wereld laat stappen. Kort, eigenzinnig en van een Vlaamse schrijver die ook in fantasy thuis is.
Siebelinks korte verhalen gaan over mensen die vastzitten in hun angst, wat aansluit bij de psychologische kant van Donaldsons duistere vertellingen. Geen fantasy, wel dezelfde onrustige sfeer.
Waar Donaldson in Dochter der regalen tussen sprookje en nachtmerrie heen en weer springt, gaat deze Vlaamse bundel van het ene decor naar het andere. Geen magie maar rauwe werkelijkheid, met dezelfde aandacht voor wat er in een mens kapotgaat.
Wie de bundel van Donaldson leest voor het mysterieuze en het zonderlinge, vindt dat bij Herman Pieter de Boer met een flinke dosis spot. Lichter van toon, maar net zo graag een beetje vreemd.
Dorrestijn schrijft vijf verhalen vol kleine wreedheid en wraak, wat goed past naast de duistere kant van Donaldsons bundel. Kort, venijnig en met een Nederlandse droogheid die het contrast leuk maakt.