Bij Dorrestijn trekt een hulpconciërge aan de touwtjes op een grote middelbare school; Siebelink bouwt een hele bundel rond het verzonnen Willem de Zwijger College. Wie de schoolgangen in De donkere kamer goed vond, loopt hier verder door dezelfde wereld, met minder wraak.
Bernlef schrijft tragikomische verhalen over mensen die iets nastreven en daar zelden in slagen. Dat is ook de grond onder Dorrestijns vijf verhalen, al loopt het bij hem vaker uit op sociale terreur en wraak.
Vier novellen over moedwil, misverstand en ontgoocheling: dat had ook de ondertitel van De donkere kamer van Dorrestijn kunnen zijn. Hermans is kouder en strakker, maar de wrok tussen mensen is dezelfde motor.
Een stokoude rijkaard wreekt een oud onrecht door banken te laten omvallen; Dorrestijn beschrijft vakkundige wraak voor een vriendschap die iemand nooit wilde. Van den Broeck pakt het grootser en satirischer aan, maar het plezier in de afrekening deelt hij.
In deze verhalen is de wereld tegelijk lieflijk, grillig en beangstigend, zoals in Dorrestijns slotverhaal met de zwerm groene vliegjes. Biesheuvel is grappiger en wonderlijker, Dorrestijn grimmiger.
Van 'Suiker' tot 'De zwarte keizer': Claus' verzamelde verhalen tonen hoe duister het onder een gewone oppervlakte kan zijn. Dorrestijns sociale terreur in een kleine gemeenschap past in die lijn, al is hij lichter van toon.
Reve keerde met Tien vrolijke verhalen terug naar het Nederlands, en de titel is net zo ironisch als die van Dorrestijns donkere kamer. Psychologisch scherp kort proza waarin de humor zit in wat er tussen mensen misgaat.
Rufus Dingelam krijgt de Nobelprijs en vooral ellende; Hermans lacht om macht en ijdelheid aan de universiteit zoals Dorrestijn om de hulpconciërge die op school de dienst uitmaakt. Satire over kleine machtsspelletjes in een gesloten wereld.
Bernlefs drie novellen gaan over mensen die hun identiteit kwijtraken, zoals een acteur wiens soaprol wordt afgepakt. Net als in Dorrestijns verhalen schuurt het psychologisch, met een rustig opbouwende spanning in plaats van grappen.
Gedeeld: langzaam opbouwend, literair en psychologisch
Wie in De donkere kamer de hulpconciërge en de gekwetste vriend volgde, kent het soort eenzame man dat in het centrum staat van deze vroege Mulisch. Een klokkenspeler op zijn verjaardag, beschreven met dezelfde mengeling van duisternis en spot.
Bibliothecaris Louis Tinner is eenzaam en bang, het soort man dat in Dorrestijns verhalen zomaar slachtoffer of dader van een wraakactie kan worden. Brusselmans is uitbundiger, maar zijn zwarte humor ligt dicht bij die van Dorrestijn.
Dorrestijns vijf verhalen kijken van dichtbij naar wat kleine gemeenschappen met mensen doen. Thijssen zet een negentienjarige in een inrichting centraal, een klassieker met dezelfde psychologische scherpte en een droge glimlach op de achtergrond.