Elos van Bergen is een meesterspeurder die zich terugtrekt, Tim Diamant een speurder die nooit iets heeft gekund; in beide boeken redden de kinderen de zaak. Horowitz zet het in een Londense parodie zonder magie, met minstens zoveel woordgrappen als Kling.
Ada en Naroe vervelen zich in Slaperichem tot er eindelijk iets te speuren valt. Bij Jacques Vriens gaat een groepje vrienden in een gewone Nederlandse straat aan de slag, zonder magie maar met dezelfde lol in het puzzelen.
Een beroemde speurder als vader, maar de tweeling doet het echte werk: die verhouding tussen kind en volwassene vind je ook bij Marc de Bel. Daar is het een oom zonder klanten, en de grappen zijn nog uitbundiger dan in Slaperichem.
De sporenvinder mengt een moordraadsel met magie, De spokenjagers mengt speurwerk met een spook in huis. Cornelia Funke schrijft korter en voor iets jongere lezers, met een vreemd team dat samen een plan moet bedenken.
Naroe en Ada lossen een raadsel op waar volwassenen hun tanden op stukbijten, en Nick Diamant doet dat zelfs vanuit een cel. Het tweede boek over de broers Diamant is net zo absurd als Kling, alleen zonder nachtmagiërs.
Een officieel speurbureau dat weinig voorstelt en kinderen die het wel kunnen: Kling en Sanne Rooseboom delen die grap. Hier is het raadsel een verdwenen schilderij, verteld met dezelfde absurde humor als in Slaperichem.
Wie bij De sporenvinder vooral van het raadsel hield, vindt bij Bies van Ede een rechttoe-rechtaan speurverhaal rond een popfestival. Minder fantasy en minder grappen, maar net zo goed opgebouwd met aanwijzingen die je zelf kunt volgen.
Gedeeld: toegankelijk, snel tempo en wie-heeft-het-gedaan
Ook in Minoes speurt iemand die het niet van zichzelf verwacht: een verlegen journalist met een bijzondere informante. Annie M.G. Schmidt laat net als Kling zien dat een dier of een raar wezen soms meer ziet dan een mens.
De sporenvinder heeft een wereld vol magie en vreemde figuren, en Wiplala brengt zo'n figuur midden in een gewoon gezin. Een klassieker om samen te lezen, met dezelfde droge humor als Kling en zijn dochters.
Slaperichem is een gek dorp met gekke bewoners, en het bos van de Boeboeks ook. Marc de Bel heeft geen moordzaak, maar wel net zoveel taalgrappen en een wereld die je helemaal zelf kunt ontdekken.
Ada en Naroe moeten zich in een saai dorp vermaken, Aster zit vast in een huis vol klusjes; allebei vinden ze meer avontuur dan ze hadden gedacht. Lindsey Kelk schrijft een sprookjesachtige variant met net zo veel grappen.