Een detectivebureau dat op zwart zaad zit en een zaak die als geroepen komt: zo begint De Malteser erfenis, en ook bij Marc de Bel wacht een speurder al maanden op klanten. Een zotte Vlaamse variant op hetzelfde idee.
De Malteser erfenis speelt met de oude detectiveroman; Jacques Vriens schrijft gewoon een echt jeugdspeurverhaal, over twee vrienden die samen een zaak willen kraken. Minder grappen, meer spanning.
Bij Horowitz draait alles om een pakketje dat iedereen wil hebben, bij Bies van Ede om een gitaar die ineens weg is. Een kort, vlot speurverhaal rond een bandje, met minder boeven en meer muziek.
Een speurbureau dat net weer open is en kinderen die het werk doen: het Ministerie van Oplossingen is een Nederlandse neef van het kantoortje van Tim en Nick Diamant. Grappig en met een echt raadsel.
Nick Diamant houdt met droge humor stand tussen boeven en een onhandige broer, en Zack bij Patrick Ness doet hetzelfde op een school waar hij voor agent moet spelen. Snel, droog en grappig.
Tom en zijn spokenjagers vormen een vreemd team, net als Tim en Nick Diamant, en ook bij Funke wordt een eng probleem met humor opgelost. Korter en voor iets jongere lezers, met dezelfde knipoog.
Speurwerk in het donker, een leeg huis en een meisje dat wil weten wie er rondloopt: Tais Teng schrijft het soort raadsel dat Nick Diamant meteen zou willen oplossen. Spannender en minder parodie.
Mirjam Mous heeft dezelfde droge humor als Horowitz: Sjoerd hangt een briefje op in de supermarkt omdat hij een nieuwe moeder zoekt. Geen detective, wel een kind dat met lef zijn eigen problemen oplost, net als Nick.
In De Malteser erfenis zijn de ouders ver weg en moet Nick zijn broer zo ongeveer opvoeden; Mirjam Mous zet de verhouding tussen kind en ouders ook op zijn kop. Lekker absurd, met een jongen die vindt dat ouders een diploma moeten halen.