Net als Tempe met Pomerleau heeft Tom Thorne te maken met een moordenaar die steeds een eigen teken achterlaat. Billingham is Londens en droog, minder forensisch dan Reichs, maar de jacht is net zo dwingend.
Wie in De dood liegt nooit vooral de jacht op een dader met een voorgeschiedenis spannend vond, zit goed bij de tweede zaak van Thorne. Billingham laat je meer in het hoofd van de rechercheur zitten dan in het lab.
Kay Scarpetta is voor veel lezers de Amerikaanse zus van Tempe Brennan: ook een forensisch specialist die zich diep in de zaak laat trekken. Na het heen en weer tussen Charlotte en Montreal past deze Scarpetta, met een spoor dat naar Europa wijst, goed.
Een moordenaar die al jaren ongezien zijn gang gaat, en rechercheurs die dat pas laat doorhebben: dat is de kern van De dood liegt nooit en van deze Neuhaus. De Duitse Taunus geeft het een rustiger decor dan Reichs.
Tempe en Lincoln Rhyme lezen allebei de sporen die een dader achterlaat, de een in botten, de ander in stof en vezels. Deaver schrijft nog sneller en met meer wendingen, en New York speelt dezelfde rol als Charlotte bij Reichs.
Ook Robert Hunter jaagt in Los Angeles op een dader die het tempo bepaalt, zoals Pomerleau dat bij Tempe doet. Carter is grimmiger en directer dan Reichs, dus vooral iets voor wie de harde kant van de reeks niet erg vindt.
Peter May koppelt net als Reichs een forensisch specialist aan een rechercheur: patholoog Margaret Campbell en Li Yan in Beijing. Wie de samenwerking tussen Tempe en Ryan het leukst vindt, ziet hier eenzelfde wrijving tussen twee stijfkoppen.
Een kind dat getuige is van geweld en een team dat snel moet zijn: dat maakt deze IJslandse thriller verwant aan De dood liegt nooit. Sigurðardóttir is somberder en Reykjavik kouder, maar de vaart in het onderzoek voelt vertrouwd.
Net als Tempe zit Kim Stone achter een dader die opnieuw toeslaat terwijl de klok tikt. Marsons houdt de hoofdstukken kort en de toon fel, iets rechtlijniger dan de afwisseling tussen lab en veld bij Reichs.
Rebus staat in Londen voor het soort jacht dat Tempe in Charlotte heeft: een dader met een vast patroon die steeds weer toeslaat. Rankin is droger en Schotser, met meer aandacht voor de man achter het onderzoek.
Ook Harry Hole raakt bij een zaak tussen twee landen betrokken, zoals Tempe tussen Charlotte en Montreal heen en weer moet. Het eerste deel van Nesbø is losser en wat ruwer, maar de jacht op een dader die al vaker toesloeg is vergelijkbaar.
Een seriemoordenaar die na lange stilte weer opduikt: dat is de schaduw van Pomerleau en ook die van deze Logan McRae. MacBride maakt Aberdeen grauw en nat, en zijn galgenhumor geeft het geheel een eigen kleur.