DNA laat Reykjavik in de winter zien door de ogen van een rechercheur die de zaak niet in de hand heeft; Arne Dahl doet iets vergelijkbaars met het Zweden van na de dooi. Allebei koud, grimmig en Scandinavisch, met een onderzoek dat steeds nieuwe kanten krijgt.
Freyja werkt als kinderpsycholoog naast de politie, Temperance Brennan als forensisch antropoloog in Montreal: in beide boeken kijkt een vrouw van buiten het korps mee naar een gruwelijke moord. Reichs is technischer, Sigurðardóttir kouder en IJslandser.
Het meisje onder het bed maakt DNA tot een zaak over kinderen en wat zij meekrijgen, en ook bij Dolores Redondo onderzoekt Amaia Salazar de dood van een heel jong kind. Baskisch en vol volksgeloof, maar net zo somber als Huldars Reykjavik.
Wie het ijzige decor van DNA en het ongemakkelijke duo Huldar en Freyja goed vond, vindt bij Grangé een ander botsend speurduo in de Franse bergen. Grangé is extremer en filmischer, met meer vaart en meer bloed.
Huldar worstelt in DNA met een onderzoek dat hem boven het hoofd groeit, en Tom Thorne in Levenloos ook, als hij zelf de straat op gaat tussen de daklozen van Londen. Billingham is droger en Britser, met dezelfde aandacht voor wie de samenleving vergeet.
In DNA wordt een vrouw in haar eigen huis vermoord, en ook bij Tess Gerritsen voelen de slachtoffers zich nergens veiliger dan thuis, tot het misgaat. Gerritsen brengt meer medische kennis in, Sigurðardóttir meer IJslandse kou; beide beginnen hier een nieuwe reeks.
Het eerste boek over Huldar en Freyja is net als Vogelman het begin van een reeks rond een rechercheur met een rommelig privéleven. Mo Hayder is rauwer en gruwelijker, Sigurðardóttir koeler, maar beide nemen het onderzoek stap voor stap serieus.
Freyja brengt haar kennis van kinderen in een politieonderzoek, en psycholoog Tony Hill doet dat met zijn kennis van daders. Val McDermid is harder en gedetailleerder, maar de wrijving tussen een politievrouw en een buitenstaander is net zo goed uitgewerkt.
Huldar krijgt in DNA hulp uit onverwachte hoek, van een radioamateur die vreemde getallen opvangt. Bij Lincoln Rhyme moet het lab de tekens op de lichamen lezen. Deaver is Amerikaanser en kiest voor forensische details, waar Sigurðardóttir de IJslandse kou laat spreken.
Na Reykjavik naar Bergen: Anne Holt laat inspecteur Yngvar Stubø een zaak oplossen in hetzelfde soort winterse, kleine Noordse samenleving als in DNA. Iets rustiger en maatschappelijker van toon, met het gezinsleven van de rechercheur als tweede lijn.
Ook Nulpunt begint een Scandinavische reeks met een ongelijk duo: een politieman en een vrouw van buiten het korps, net als Huldar en Freyja. Horst en Enger schrijven sneller en met meer media erbij, in een Oslo dat net zo kil aanvoelt als Reykjavik.
DNA laat een IJslandse moordzaak draaien om aanwijzingen die van ver lijken te komen, en bij Arne Dahl wijst een moord over de oceaan naar een oude Amerikaanse zaak. Dahls internationale team werkt anders dan Huldar en Freyja, maar de puzzel is net zo koud en precies.