Grunberg volgt een Amsterdamse jongen die zijn tienerjaren net achter zich heeft en zoekt naar liefde, eerst bij zijn ouders. Zwart-komisch en literair, verwant aan de vroege Koch.
Lubach zet een jongeman met liefdesverdriet in Amsterdam op het spoor van een creditcard die geld uitgeeft in een Zweeds pretpark. Een absurde komedie die vlot wegleest, met meer slapstick dan Koch.
Akyol debuteerde in 2012 met een Turkse tiener uit Oost-Nederland die nergens bij hoort. Het is grappig en scherp over buitenstaanders, en daarin verwant aan Kochs ironie.
Zwagerman gebruikt de verdwijning van een meesterwerk uit een museum als ingang voor een satirisch verhaal over de kunstwereld. Het leest vlot en is bijtend, passend bij Kochs kijk op middelmaat.
Hanna Bervoets schrijft over een jonge vrouw uit Amsterdam-Noord voor wie Céline Dion alles betekent. Een kort boek dat humor en psychologie combineert zonder uit de toon te vallen.
Rond een bruiloft aan zee gaat alles mis, en Benali ziet daar vooral de humor van. Het familiedrama dat ontstaat is vol absurde situaties en warm verteld, met dezelfde voorliefde voor verwarring als de vroege Koch.
Mensje van Keulen vertelt over een man die op een zomerdag zijn werk en gezin laat voor wat ze zijn en naar Amsterdam gaat. Droge humor en een scherp oog voor gewone mensen, passend bij de Koch-bundel.
Esther Gerritsen schrijft over een dochter en een moeder die elkaar zelden zien en door een toevallige ontmoeting opnieuw tegenover elkaar staan. Droog, scherp en met oog voor wat mensen niet zeggen.
Een gewone buurtman denkt dat hij een heel sportevenement kan organiseren, en zijn vastberadenheid levert vooral gênante scènes op. Erik Jan Harmens schrijft een snelle satire, in de lijn van Kochs sarcastische blik op het gewone leven.
Een Antwerpse kantoorklerk wil na de dood van zijn moeder hogerop en komt in de kaashandel terecht. Elsschot is kort en droog in zijn humor, een klassieker voor wie Kochs ironie waardeert.
Een schrijver van drieëndertig loopt vast en dwaalt 's nachts door cafés in Amsterdam. Wessel te Gussinklo is psychologischer en literairder dan Koch, maar zijn blik op een mislukkend schrijverschap is net zo scherp.
Zwagerman neemt de jaren tachtig als decor voor een roman over kunst, geld en schijnbare coolheid. Sardonisch en goed geobserveerd, met een hoofdpersoon die tussen succesvolle kunstenaars rondloopt.