In '48 is Engeland leeg na een virus en vecht een eenling om te overleven; bij Wyndham is bijna iedereen blind en moet Bill Masen zich door een ontwricht Londen slaan. Rustiger en Britser dan Herbert, maar dezelfde lege straten en dezelfde vraag wie je kunt vertrouwen.
De Amerikaanse piloot in '48 wordt opgejaagd door zieken die zijn bloed nodig hebben; Robert Neville zit in een even lege wereld met wezens die hem elke nacht belegeren. Matheson is somberder en korter, Herbert actiever, maar het idee van gezond bloed als prooi delen ze.
Een eenling zwerft door een land dat een oorlog niet overleefde, op zoek naar een manier om verder te gaan: dat is '48, maar ook Brins Gordon, die door een verwoest Amerika trekt. Minder horror, meer hoop, met dezelfde wantrouwige ontmoetingen onderweg.
Herberts Londen is een stad waar je alleen overleeft door te vluchten; Butlers Californië is een land in verval waar een jonge vrouw haar ommuurde wijk moet verlaten. Somberder en ideeënrijker, met hetzelfde onderweg-zijn tussen mensen die je beter niet vertrouwt.
In '48 hebben de zwarthemden de macht gegrepen in een kapot land; bij Heinlein regeert een religieuze dictator Amerika. Ouderwetser en minder bloederig, maar met dezelfde vaart en een held die tegen een fanatiek regime moet vechten.
Nog een Herbert waarin de wereld op haar kop staat: in Doem slaat het weer overal toe en moet een klimaatwetenschapper twee kinderen beschermen. Minder oorlog en meer natuurgeweld dan '48, maar net zo snel en vol actie.
De piloot in '48 overleeft in een stad die in zones uiteenvalt; Lapidus beschrijft een Zweden waar muren rond de armste wijken zijn opgetrokken. Een thriller over een land dat zichzelf heeft opgesloten, net zo snel en hard als Herbert.
In '48 regeren na de ramp de zwarthemden; bij Dick bewaart een supercomputer de wereldvrede, en een groep rebellen vindt dat er iets mis is. Een korte, vlotte dystopie met dezelfde strijd tegen een systeem dat te veel macht heeft.
Een harde eenling in een verwoeste stad, opgejaagd door mensen die iets van hem willen: Herberts piloot en Gibsons hacker Case delen die positie. Gibson speelt in een hightech toekomst in plaats van 1948, maar is net zo snel en duister.
Wie in '48 vooral genoot van een held die zich met vuisten en vernuft door een vijandige wereld slaat, krijgt bij Harrison drie romans vol vaart rond gokker Jason dinAlt. Avontuurlijker en lichter van toon, met net zo veel actie.
Herbert maakt van een virus het wapen van een oorlog; Stephenson bedenkt een virus dat zowel computers als mensenhoofden aantast. Veel speelser en drukker, met een held die net als Herberts piloot door een uiteenvallende stad racet.