Gordon trekt door een Amerika waar alles is ingestort, Bill Masen door een Engeland waar bijna niemand meer kan zien. Wyndhams klassieker deelt met Brin de vraag hoe je weer een samenleving opbouwt als het vertrouwen weg is, en leest even vlot.
Ook Koorts gaat over wat er na de ramp komt: een vader en zoon die tussen wantrouwige groepen een nieuwe gemeenschap proberen te stichten. Deon Meyer is trager en emotioneler dan Brin, maar de strijd tussen hoop en geweld is dezelfde.
Brin laat een man hoop geven met een postuniform, Butler een meisje met een zelfbedacht geloof. De zaaier speelt net als Tussen twee werelden in een ontredderd Amerika, maar is rauwer en persoonlijker, verteld in dagboekvorm.
In Tussen twee werelden staat een militie elke vernieuwing in de weg; in Democraten 2100 is het een religieuze dictatuur. Heinlein maakt er een vlot verzetsavontuur van, korter en lichter dan Brin.
James Herbert zet zijn hoofdpersoon in een leeg, verwoest Londen waar de laatste overlevenden elkaar naar het leven staan. Sneller en harder dan Tussen twee werelden, met hetzelfde gevoel van een eenling tegenover een gewapende groep.
Brin laat een samenleving zichzelf herstellen; Dick laat er een besturen door een computer die zichzelf onderhoudt. Een kortere, vreemdere roman over wie de macht heeft na een verwoestende oorlog, met dezelfde vlotte toon.
Gordon geeft mensen hoop met een verhaal over een herstelde regering; Wade Watts vlucht uit een arme toekomst naar een virtuele wereld. Ernest Cline schrijft luchtiger en vol popcultuur, maar ook hier wordt een gewone jongen onverwacht een symbool.
Lapidus stelt zich een Zweden voor waarin wijken zich achter muren verschansen, Brin een Amerika vol geïsoleerde nederzettingen. Allebei laten ze zien wat er gebeurt als mensen elkaar niet meer vertrouwen; Paradijs is grimmiger en meer misdaadroman.
Peter Schaap schrijft over een vrede die wordt bewaakt door een machine die geen afwijking duldt, het spiegelbeeld van Brins militie. Een Nederlandse sf-roman die net als Tussen twee werelden vraagt hoeveel vrijheid je inlevert voor veiligheid.
Een tweede James Herbert, over een wereld die door het weer uit elkaar wordt gerukt. Waar Brin de jaren na de ramp beschrijft, zit je hier midden in de ineenstorting zelf; snel, spannend en somber.
Ook Het Babelvirus speelt in een Amerika waar de regering weinig meer te zeggen heeft, al is het hier opgedeeld tussen bedrijven en bendes. Stephenson is wilder en grappiger dan Brin, met een hoofdpersoon die net zo onverwacht een held wordt.