Stijn en Frenk willen met de Gay Games wereldfaam, en de held van Erik Jan Harmens wil de Olympische Spelen naar de Lage Landen halen. Hetzelfde soort hoogmoed rond een groot sportevenement, kleiner van schaal en nog absurder.
Herman Brusselmans laat in het tweede Guggenheimer-boek een domme, steenrijke producent de reclamewereld veroveren. Wie lachte om het reclamebureau van Stijn en Frenk, vindt hier dezelfde branche in een nog grotere karikatuur.
Na Haantjes kun je verder met Kluun zelf als hoofdpersoon, die een reportage maakt over een dj-vriend in Las Vegas. Dezelfde snelle humor over geld, ego's en mannen die zich overschatten.
Haantjes draait om een evenement dat een stad moet laten glanzen, en bij Dimitri Verhulst raakt Brussel in de ban van één groot bezoek. Vlaamse satire op dezelfde koorts rond iets dat te groot is om waar te zijn.
Stijn en Frenk zijn haantjes die drinken en opscheppen, en de vader en ooms in Verhulsts Reetveerdegem zijn dat in het kwadraat. Rauwer en armoediger dan de Amsterdamse reclamewereld, maar even geestig over mannen zonder rem.
Twee mannen, een plan en een rit die ontspoort: Thomése's J. Kessels zit vol dezelfde mannelijke overmoed als Haantjes. Grover en vreemder, met een aftandse auto in plaats van een reclamebureau.
Giph van Ronald Giphart heeft dezelfde vaart als Haantjes en een zelfingenomen hoofdpersoon die je toch blijft volgen. Alleen speelt het in een studentenhuis in plaats van een reclamebureau.
Waar Stijn en Frenk erkenning zoeken in de reclame, gaat de artiestenmanager van Heleen van Royen tot het uiterste in de muziekbusiness. Vlot en glamoureus, met dezelfde blik achter de schermen van een wereld vol ego's.
Haantjes laat zien hoe ijdelheid en ambitie mensen opjagen, en Gala van Ronald Giphart doet dat in de wereld van acteurs en hun agenten. Snel, scherp en vol bluf.
Het Amsterdam van 1998 in Haantjes is een tijdsbeeld vol beurskoorts, en Benali schildert op dezelfde manier Rotterdam halverwege de jaren tachtig. Daar volg je een pas aangekomen gezin en een buurvrouw met plannen, warmer en jongensachtiger dan Kluun.
Ook bij Hendrik Groen werken twee mannen zich door één impulsieve beslissing flink in de nesten, al zijn ze ruim over de zeventig. Zachter en knusser dan Kluun, maar met dezelfde lol in een duo dat alles erger maakt.
Stijn en Frenk jagen op erkenning, net als de band uit Nico Dijkshoorns roman die bijna doorbrak. Weemoediger en kleiner, maar ook hier draait het om mannen die groter dromen dan ze waarmaken.