Wie met Kurt Austin kennismaakte in Serpent, kan bij Cussler ook de oudere held Dirk Pitt proberen. Atlantis ontdekt heeft dezelfde mengeling van een oeroud raadsel en een moderne vijand, hier een spookachtige nazi-onderzeeër die op zee opduikt.
Ook Steve Berry laat een geheim uit het verleden mensen het leven kosten. Cotton Malone, oud-agent en nu boekverkoper in Kopenhagen, raakt verstrikt in de jacht op de schat van de Tempeliers, net zoals Austin via een opgedoken beeld in een eeuwenoude kwestie belandt.
Een machtige Amerikaan die het verleden wil gebruiken voor eigen gewin: de industrieel uit Texas in Serpent heeft een tegenhanger in Berry's Ridders van de Gouden Cirkel, een geheim genootschap uit het Zuiden. Malone gaat er met dezelfde mix van speurwerk en actie op af.
De aanval op de expeditie aan het begin van Serpent laat meteen zien hoe Cussler spanning opbouwt. Michael Crichton doet in Jurassic Park iets vergelijkbaars, maar dan met dieren die al miljoenen jaren uitgestorven hoorden te zijn; de bundel bevat ook De verloren wereld.
Waar Austin in Serpent een archeologe beschermt, wordt kunstrestaurateur Gabriel Allon in het Vaticaan opgeroepen voor een dode in de Sint-Pieter. Silva verbindt kunst en oudheden met een moderne misdaad, wat goed aansluit bij de vondstenkant van Cussler.
Sheldons Robert Bellamy reist net als het NUMA-team van land naar land, op zoek naar getuigen van een neergestorte weerballon. Minder archeologie dan in Serpent, maar dezelfde jacht over grenzen heen en een opdracht die steeds verdachter wordt.
Een gewone vrouw die door een groot plan wordt opgeslokt: LuAnn Tyler, twintig en serveerster, krijgt een aanbod dat haar leven verandert. Baldacci blijft aan land en zonder schatten, maar heeft dezelfde snelle hoofdstukken als Serpent.
De achtervolging die in Serpent van Marokko naar Yucatán gaat, krijgt bij Clancy een militair jasje. CIA-agent Maxwell Moore werkt undercover in Afghanistan en Pakistan en ziet een dreiging die tot in Amerika reikt, verteld vanuit verschillende kampen.
Austin en zijn team trekken in Serpent van Marokko naar Yucatán; bij Crichton zijn het zeven studenten die op Hawaï in een levensgevaarlijk stuk natuur terechtkomen. Allebei avonturen waarin wetenschap en omgeving even gevaarlijk zijn als de tegenstander.
Serpent bewijst dat een NUMA-team ook op het land overweg kan, en Ludlums Jon Smith doet het omgekeerde: een legerarts die het lab verlaat om op een dodelijk virus te jagen. Beide verhalen springen tussen vertellers en continenten in hoog tempo.
De archeologe uit Serpent wordt opgejaagd om wat ze heeft gevonden. Bij Iris Johansen overkomt een Amerikaanse vrouw iets vergelijkbaars in Afghanistan, en ook zij moet vluchten voor mensen die een oude rijkdom willen; één hoofdpersoon in plaats van een heel NUMA-team.
Na de schatzoektocht van Serpent is Ludlums Matlock document een kleinere maar even gespannen thriller. Een docent moet van de overheid een drugsnetwerk in zijn eigen universiteitsstadje helpen oprollen, en vertrouwt al snel niemand meer om hem heen.