Net als Maxwell Moore jaagt Gabriel Allon hier via een omweg op terroristen: het spoor van de bommen in Londen loopt langs een rijke drugshandelaar. Silva schrijft verfijnder en trager dan Clancy, met meer oog voor de spionnen zelf dan voor wapens.
Waar Clancy de taliban aan een Mexicaans kartel koppelt, volgt Silva een terreurnetwerk dat van Parijs tot de Albert Cuypmarkt toeslaat. Allon zet samen met de Fransen een undercoveroperatie op, zoals Moore jarenlang onder een valse identiteit werkte.
Ook bij Ludlum loopt de draad van een groot complot via de drugshandel, al begint het klein: een docent wordt in een rustig universiteitsstadje ingezet tegen een netwerk. Ouder en minder hightech dan De ogen van de vijand, met dezelfde vraag wie bovenaan de keten staat.
Mensensmokkel over grenzen heen is ook in Stormvloed de motor: wat begint als rust in een huisje aan een meer in Washington, trekt Dirk Pitt in een internationaal netwerk. Cussler is luchtiger en avontuurlijker dan Clancy, met meer actie op het water dan in de woestijn.
Wie na Maxwell Moore nog een Clancy wil waarin een vijandige staat een rijke zakenman als werktuig gebruikt: hier moet een Russische miljardair een virus op de Verenigde Staten loslaten. Minder grensgebied, meer cyberoorlog, in hetzelfde strakke tempo.
John Clark en Ding Chavez bouwen in Uur van de waarheid een internationaal eliteteam op, zoals Moore in een samengestelde eenheid van FBI, DEA en CIA belandt. Ook hier wisselt het verhaal vaak van standpunt en draait alles om terreur die zich niets van grenzen aantrekt.
Gedeeld: meerdere vertellers, snel tempo en spanning
Afghanistan is ook hier het startpunt: Emily Hudson wordt tijdens een werkbezoek gegijzeld door mannen die achter een kostbaar voorwerp aan zitten. Johansen legt meer nadruk op de vlucht en op haar heldin zelf dan op inlichtingendiensten, en leest daardoor sneller.
Will Robie is net als Moore een geheime kracht van de Amerikaanse overheid die het vuile werk opknapt, en ook hij gaat twijfelen aan wie hem stuurt. Baldacci houdt de hoofdstukken kort en richt zich op één man in plaats van een heel team.
Bij Clancy smeden taliban en kartel een verbond, bij Baldacci stookt een handelaar in wapens het conflict tussen grootmachten op voor eigen gewin. In beide boeken zie je criminelen en staten elkaar gebruiken; Shaw is wel een eenling, waar Moore met een heel team optrekt.
Wie het kartelgedeelte van De ogen van de vijand het spannendst vond, krijgt bij Lapidus de drugshandel van onderop: drie romans over dealers, smokkelaars en politie in Stockholm. Rauwer en dichter op de straat, zonder geheime diensten of satellietbeelden.
Na de satellietbeelden en geheime teams van Clancy is dit de Nederlandse variant: Ross laat een man die voor de geheime dienst mensen schaduwt en andere stemmen om beurten vertellen in aanloop naar een politieke moord in 2002. Trager en dichter bij huis, met dezelfde vraag wat de diensten wisten.
Gedeeld: meerdere vertellers, snel tempo en spanning
Het blauwe goud begint met een kaping en een neergestort vliegtuig in de jungle van Venezuela, en net als bij Clancy speelt Latijns-Amerika een hoofdrol. Cussler maakt er een avontuurlijke race van rond een ontdekking die veel waard is, met meer water en wildernis dan woestijn.