Nog een Berry, maar zonder Cotton Malone: hier speurt UNESCO-man Nick Lee in Gent naar de verdwenen Rechtvaardige Rechters. Dezelfde mix van kunstgeschiedenis en achtervolging als de Tempeliersjacht in Zuid-Frankrijk, nu in een Vlaamse kathedraal.
Wie bij Malone genoot van een orde die al eeuwen een schat bewaakt, vindt bij Robert Langdon hetzelfde soort raadsel. De moord op een conservator van het Louvre zet hier de puzzeltocht in gang; het tempo ligt nog iets hoger dan bij Berry.
Clive Cussler schrijft avontuur in dezelfde vaart als De erfenis van de Tempeliers. Dirk Pitt krijgt op zee een nazi-onderzeeër op zich af die allang gezonken had moeten zijn: het verleden dat terugkomt, op het water in plaats van in Franse dorpen.
Ook hier draait het om een verborgen rijkdom uit een ver verleden, maar Cussler laat Dirk Pitt beginnen op het Baikalmeer, waar hij een olieteam uit een reusachtige golf redt. Meer actie op locatie, minder archiefwerk dan bij de Tempeliers.
Gabriel Allon heeft net als Malone een verleden bij een geheime dienst en doet nu iets rustigers: hij restaureert een Caravaggio in het Vaticaan. Een dode in de Sint-Pieter trekt hem terug, zoals de beroving van Stephanie Nelle dat bij Malone doet.
Crichton springt in Staat van angst van Parijs naar Maleisië en Vancouver, zoals Berry Malone van Denemarken naar Zuid-Frankrijk stuurt. Minder geschiedenis, meer wetenschap, maar dezelfde vlotte wissels tussen plekken en spelers.
Een wetenschappelijk experiment op een eiland tegenover een eeuwenoud geheim in Frankrijk: het onderwerp verschilt, het leesgevoel niet. Twee Crichton-romans in één band, met hetzelfde hoge tempo en dezelfde heldere stijl als De erfenis van de Tempeliers.
Bij Clancy draait het niet om een verloren schat maar om een computervirus dat het Kremlin op Amerika wil loslaten. Wie bij Berry vooral de vaart en de wereld van geheime diensten waardeerde, komt in Zwarte lijst ruim aan zijn trekken.
Een aanslag in Parijs, dan een op de Albert Cuypmarkt: Silva jaagt over Europa zoals Berry van Kopenhagen naar het zuiden van Frankrijk. Grimmiger en actueler dan de Tempeliersjacht, met evenveel vaart.
Jon Smith is legerarts en wetenschapper, geen boekhandelaar, maar ook hij raakt in een zaak die veel groter is dan zijn eigen werk. Ludlum zet een dodelijk virus centraal waar Berry een middeleeuwse orde neerzet; de spanning loopt op dezelfde manier op.
Net als Malone is Mikael Blomkvist een buitenstaander die er vanuit een rustiger leven weer in wordt getrokken, hier door een onderzoeker in kunstmatige intelligentie. Lagercrantz schrijft trager en kouder, met dezelfde opbouw rond een groot geheim.