Ben H. Winters laat de Dashwoods tussen theekopjes en tentakels heen en weer schieten; J. Kenner doet hetzelfde met een moeder in een buitenwijk die naast haar gezin weer demonen moet bestrijden. Allebei leven ze van het botsen tussen huishouden en monsters.
Het plezier van de zeemonsterversie zit in de spot met een deftige wereld. Pratchett richt die spot in De waarheid op de krantenwereld van zijn Schijfwereld, waar een toevallige redacteur de eerste krant van de stad maakt. Slimmer en milder, even grappig.
Een oplichter die zijn eigen ophanging overleeft en dan de vervallen posterijen moet leiden: Pratchett maakt er een Schijfwereld-avontuur van met dezelfde droge humor als de parodie op Austen, maar met een eigen wereld in plaats van een geleende.
Waar de Dashwoods op een eiland vol reuzenkreeften belanden, verdwijnt Carl in een kerker vol vallen die tegelijk een intergalactische realityshow is. Matt Dinniman mengt net zo schaamteloos actie en humor, en het tempo ligt nog hoger.
De Dashwoods worden uit hun vertrouwde leven gerukt en op een vreemd eiland gezet. Bij P.C. Cast overkomt een Amerikaanse docente iets vergelijkbaars: ze verruilt haar klaslokaal voor een Keltische fantasiewereld. Meer romantiek en minder kreeften.
Ben H. Winters speelt met een keurig Engels gezin waar het monsterlijke binnendringt. Matt Haig draait dat om: bij hem zit het monsterlijke juist in het keurige gezin zelf, in een slaperig dorp. Droog, Brits en verrassend teder.
Een gewone Londense kantoorman stapt bij Neil Gaiman door een kier in een verborgen wereld onder de stad. Wie in de zeemonsterparodie genoot van het Engelse decor met een fantastische draai, vindt hier dezelfde mix, alleen hedendaags.
Bij Winters staan twee zussen zonder huis er ineens alleen voor, met gevaar uit zee. Ilona Andrews zet ook een jonge vrouw met zorgen voor haar familie centraal, in een grensgebied waar magie en gewone wereld door elkaar lopen. Meer liefdesverhaal, evenveel actie.
Zeemonsters in een negentiende-eeuwse roman zijn even absurd als de kabouters en trollen bij Clifford D. Simak. Zijn hoofdpersoon komt terug van een verre reis en blijkt officieel niet meer te bestaan. Oudere sciencefiction met een vrolijke knipoog.
Voor wie de humor van Sense & sensibility & zeemonsters zocht in een modernere vorm: Jim Butcher laat een tovenaar met geldzorgen als detective rondlopen in Chicago. Sneller en spannender, met dezelfde ironische kijk op het bovennatuurlijke.
De parodie van Winters mengt een bekende wereld met wezens die er niet in thuishoren. Kim Harrison doet dat met het hedendaagse Cincinnati, waar mensen en ondoden na een epidemie samenleven. Actie met een knipoog, meer urban fantasy dan klucht.