Mantel heeft het over losse kaartjes en notitieboeken, Reve over zijn eigen schrijverschap in vier lezingen in de Leidse Pieterskerk. Twee schrijvers die met humor en eigenwijsheid uitleggen hoe het vak voor hen werkt.
Mantels Reith Lectures en Woolfs essay komen allebei uit de collegezaal en gaan over hetzelfde: wat er nodig is om te kunnen schrijven. Woolf richt zich op geld, ruimte en vrouwen, Mantel op historische feiten en prijzen, en beiden doen dat met humor.
Meer Mantel buiten haar romans: recensies, essays en herinneringen die ze vanaf 1987 schreef, veel ervan voor de London Review of Books. Dezelfde scherpe pen als in Schrijver zijn, nu gericht op boeken en mensen.
Rosenboom laat zien hoe een roman technisch in elkaar zit, Mantel hoe je de ruimte tussen historische feiten vult. Twee romanciers die hun werkplaats openzetten, Rosenboom analytischer en Mantel persoonlijker.
Net als Mantels Reith Lectures is dit de tekst van een lezing: Barnes sprak in 2019 in Alkmaar over kunst en woorden. Kort, geestig en tweetalig, een goed vervolg als je meer schrijvers over hun vak wilt horen.
Kellendonk schrijft in negen essays over Bordewijk, Henry James en Shakespearevertalingen, met dezelfde ernst over het vak als Mantel. Geleerder en minder luchtig, voor wie in Schrijver zijn vooral de serieuze lezingen waardeerde.
Pruis schrijft essays over misogynie, pikordes en het onhaalbare ideaalbeeld van de vrouw. Wie bij Mantel genoot van een schrijver die met humor terugslaat, vindt hier een scherpe Nederlandse stem, feller en actueler.
Bouazza bundelde zelf de essays die hij in vijftien jaar voor kranten en tijdschriften schreef, net als Mantel een mix van luchtig en diepgravend. Zijn stijl is weelderiger, maar het plezier in taal en lezen is hetzelfde.
Brouwers trekt in polemieken van leer tegen clichés en parvenu's in de letteren. Waar Mantel ironisch nadenkt over het schrijversbestaan, doet Brouwers dat met de botte bijl, maar de liefde voor het vak is dezelfde.
Mutsaers kijkt, snuift en luistert naar alles om haar heen en maakt er speelse essays van. Net als Mantels stukjes over kaartjes en notitieboeken laat dit zien hoe een schrijver kleine dingen tot literatuur maakt.
Weijers zoekt lezend en schrijvend een weg door het volwassen leven. Een jongere stem dan Mantel, maar met dezelfde vraag wat schrijven met je doet en hoe je het in je leven inpast.
Bouazza's Boekenweekessay uit 2001 gaat over schrijven tussen twee culturen. Kort en geestig, een mooie aanvulling op Mantels nadenken over wat een schrijver is en waar die vandaan komt.