Wie Otje mooi vond omdat ze met dieren kan praten, moet Minoes lezen: ook van Annie M.G. Schmidt, en daar kan de hoofdpersoon met katten overleggen. Een verlegen verslaggever en zij vormen net zo'n ontroerend duo als Otje en Tos.
Tos is lief maar driftig, en Otje moet vaak de wijste van de twee zijn. Edward van de Vendel schrijft over net zo'n kind dat groter doet dan het zich voelt, met een bijzondere huisgenoot die troost biedt. Korter dan Schmidt, even teder.
Otje weet hoe het is om telkens te moeten verhuizen. In het boek van Erna Sassen dreigt een vriend te vertrekken, en dat laat het clubje niet zomaar gebeuren. Met een flinke dosis toverij en droge humor.
Otje lost problemen op met hulp van wie de grote mensen over het hoofd zien: muizen en vogels. Bij Cornelia Funke zoekt een bange jongen hulp bij een echte spokenexpert. Iets griezeliger, net zo grappig.
Een gesprek met een muis of een meeuw is voor Otje heel gewoon. Bij Cornelia Funke wil een meisje net zo graag iets bijzonders kunnen en sleept ze haar vriendin mee in een heksenavontuur. Een vrolijk verhaal over vriendschap.
De beste vrienden van Otje zijn diertjes die volwassenen nauwelijks zien staan. Marc de Bel bouwt een heel boek rond zulke kleine wezentjes met hun eigen avonturen, met meer kolder en minder zorgen dan bij Tos en zijn dochter.
Otje en haar vader leven van de ene verrassing naar de andere, en Pietje Prinses ook. Mirjam Mous schrijft korter en drukker dan Schmidt, met twee zussen die samen in een wonderlijk avontuur belanden.
Otje draait om een kind en een vader die elkaar alles betekenen. In dit Jippie-boek van Sanne Rooseboom speelt een vader die er nooit was een grote rol. Kleurrijk, druk en vol grappen, met dezelfde vraag waar je thuishoort.
Tos raakt telkens zijn baan kwijt omdat hij de juiste papieren mist, en in Miss Eenhoorn wordt iemand geweigerd omdat ze niet aan de regels voldoet. Van de Vendel maakt er een korte, grappige fabel van over erbij willen horen.