In De graal van het kwaad staat een hele school op het spel door één weggekaapte prijs; bij V.E. Schwab maakt Cassidy in Parijs per ongeluk een geest wakker die steeds sterker wordt. Spokerig, snel en met humor.
David Eliot moet het op zijn magische school opnemen tegen bedriegers; Cassidy kan geesten zien en heeft er zelfs een als beste vriend. Allebei verhalen waarin een kind een verborgen wereld kent, eng genoeg voor een rilling.
Wie bij Horowitz plezier had in een school vol tovenaars, vindt bij Erna Sassen een heksenclub van gewone kinderen. Veel minder griezelig dan de Graal, maar net zo vrolijk en vol plannen.
Toverdrankjes, mislukte proeven en een vriend die het moet ontgelden: Erna Sassen maakt van heksen net zo'n lolletje als Horowitz in De graal van het kwaad. Kort en grappig.
Aster ontsnapt aan gemene stiefzussen met een vleugje magie, zoals David zich op zijn school moet verweren tegen list en bedrog. Lindsey Kelk is lieflijker dan Horowitz, maar de grappen zitten even dicht op elkaar.
In het kasteel denken ze dat Aster een heks is, en op de school van David zijn de leraren dat echt. Lindsey Kelk vertelt met een pratende hond en veel vaart, voor wie de humor van De graal van het kwaad wil vasthouden.
Een magische wereld die bijna zonder kracht zit, en een kind dat de redding moet brengen: Matt Haig schrijft het in kerstsfeer, Horowitz met een snuifje griezel. Allebei warm, grappig en vlot.
Twee vriendinnen die heks willen worden en een ritueel dat uit de hand loopt: Cornelia Funke past bij wie op de school van De graal van het kwaad de toverlessen het leukst vond. Iets jonger en lichter van toon.
Lisse trekt 's nachts op pad met spookfiguren uit oude volksverhalen, en dat griezelige maar sprookjesachtige past bij de school voor magie van Horowitz. Do van Ranst vertelt poëtischer, met een stoere hoofdpersoon.
Een kind dat oog in oog staat met iets bovennatuurlijks en het met lef aanpakt: na De graal van het kwaad is dit spokenjagersverhaal van Funke een lekker vervolg. Grappig, kort en een beetje eng.