Jack MacNeil moet in Lockdown op zijn laatste werkdag nog een zaak oppakken; Kay Scarpetta moet hier zelfs haar eigen huis uit. Twee speurders die op hun kwetsbaarst toch doorwerken, al leunt Cornwell meer op het forensische werk.
Waar Peter May een uitgestorven Londen neerzet, kiest Angela Marsons voor een afgesloten leefgemeenschap, maar in beide boeken voel je de druk van een wereld die op slot zit. Kim Stone heeft net als MacNeil weinig geduld met regels.
Ook hier vindt de politie jonge slachtoffers op een plek waar niemand ze zou zoeken, en net als MacNeil is Kim Stone een rechercheur met littekens. Marsons schrijft korter en vlotter dan May in Lockdown, met hoofdstukken die je snel doorleest.
Lockdown leeft van de angst voor besmetting, en ook Kay Scarpetta krijgt in Onnatuurlijke dood te maken met een dreiging die verder gaat dan één moordenaar. Cornwell zit dichter op het lab, May dichter op de straat.
Een rechercheur die eigenlijk al klaar is met de politie maar toch een laatste zaak oppakt: dat verbindt MacNeil met Bill Hodges. Stephen King voegt er een vleugje bovennatuurlijk aan toe, terwijl May het bij rauw politiewerk houdt.
MacNeil heeft in Lockdown eigenlijk geen dag meer over en doet toch alles om de vondst op die bouwplaats een naam te geven. Ook bij Jeffery Deaver tikt de klok luid mee, met een team rond Lincoln Rhyme dat getuigen in leven moet houden.
Een crisis die mensen op een kleine plek in de greep houdt, en rechercheurs die daaronder moeten blijven werken: dat deelt Lockdown met dit boek van Kristina Ohlsson. Het team rond Fredrika Bergman is wel minder solistisch dan MacNeil.
Het lege, zieke Londen van Peter May en het grauwe Aberdeen van Stuart MacBride zijn allebei steden die op de speurder drukken. MacBride mengt het onderzoek met galgenhumor, terwijl May somberder en ernstiger blijft.
Wie in Lockdown vooral meeleefde met MacNeil, die bang is voor zijn zoon, vindt bij Luc Deflo eenzelfde angst om een kind. Cel 5 werkt als groep en het boek is rauwer, maar de Vlaamse setting geeft een frisse afwisseling.
Robert Hunter en Jack MacNeil zijn twee speurders die niet loslaten, ook als hun privéleven uit elkaar valt. Chris Carter speelt in Los Angeles en gaat verder in het gruwelijke, maar het onderzoek is even beklemmend als in Lockdown.
Na het ziekenhuisdecor van Lockdown voelt dit boek vertrouwd: ook Tess Gerritsen begint tussen artsen en lijkschouwers. Ze heeft dezelfde mengeling van medische kennis en spanning, met een opening die je meteen bij het verhaal haalt.