Kate Neuman zoekt uit wat er in het bloed van haar kind zit, en bij James Herbert overleven in 1948 alleen mensen met bloedgroep AB-negatief een virus. Een snelle, grimmige roman in een verwoest Londen met dezelfde mix van geschiedenis en horror.
Simmons verbindt het Roemenie van na Ceausescu met Vlad de Spietser, en James Herbert koppelt een moderne thriller aan de Speer van Longinus. Allebei laten ze een oude legende in het heden doorwerken.
Bij Simmons draait het om kinderen in kille weeshuizen, bij King om hoogbegaafde kinderen die in een geheim instituut worden vastgehouden. Spannend en emotioneel, met volwassenen die de kinderen proberen te redden.
Priester Mike O'Rourke helpt Kate in Roemenie, en bij C.J. Tudor verhuist dominee Jack Brooks met haar dochter naar een dorp met een bloedig verleden. Een geestelijke en een kind in gevaar, met dezelfde duistere geschiedenis op de achtergrond.
Kate Neuman zoekt in Roemenie naar het geheim van een ziek kind, Vos Jacobsz zoekt in Napoleons slagvelden naar tanden van dode soldaten. Auke Hulst maakt van zijn jager een gotische figuur in een even bloederige geschiedenis.
Charles Manx is een stokoude man die kinderen meeneemt naar een plek waar ze nooit ouder worden. Joe Hill schrijft over een moeder die vecht voor haar kind, zoals Kate Neuman dat in Roemenie doet.
Dean Koontz laat twee genetisch veranderde dieren uit een geheim laboratorium ontsnappen. Wie in Kinderen van de nacht de medische speurtocht naar een raadselachtig bloed spannend vond, krijgt hier een vergelijkbare mengvorm van wetenschap en horror.
Een gaswolk uit een onderzoekslab treft een welvarend stadje, en wat volgt is een reeks onverklaarbare doden. Straub deelt met Simmons de medische kant van horror en een groep mensen die de oorzaak moet achterhalen.
Een lichtere Simmons: een vastgoedmagnaat op Hawai ziet zijn resort ten onder gaan aan wezens uit de oude mythen en een ontwakende vulkaan. Net zo vlot, met meer humor en minder ernst.
De medische kant van Kinderen van de nacht vind je terug bij H.G. Wells, waar een schipbreukeling op een eiland de proeven van een geleerde ontdekt. Een vroege klassieker over de grens tussen geneeskunst en monsterlijkheid.
Mo Hayder laat een groep mensen jagen op een wezen dat half mens, half dier zou zijn, op een afgelegen Schots eiland. Spannend en somber, met net als bij Simmons een oude legende die in het heden opduikt.
Wie bij Simmons meeleefde met een priester en een arts die een duivelse kracht onderzoeken, vindt bij Joe Hill een jongeman die zelf duivelse trekjes krijgt. Hoorns op zijn hoofd laten mensen hun diepste geheimen tegen hem uitspreken.