Een eeuwenoud christelijk relikwie dat in het heden nog mensen in zijn ban houdt: dat is de motor van De speer, en ook van Dan Browns bekendste thriller. Brown is minder bloederig en meer puzzel, Herbert duisterder en occulter.
Herbert koppelt de Speer van Longinus aan geheime genootschappen en oude rituelen, en Dan Brown laat in Het Bernini mysterie een eeuwenoude broederschap terugkeren in een race langs Romeinse kerken. Sneller en luchtiger, met minder horror.
Herbert laat het verleden letterlijk terugkomen in het moderne Engeland, en Peter Straub doet iets vergelijkbaars met vier oude heren die een oud geheim delen. Trager en literairder, maar met dezelfde kruipende dreiging van iets wat al lang begraven had moeten zijn.
Wie bij De speer het randje bovennatuurlijke waardeerde, krijgt bij Mo Hayder een afgelegen Schots eiland met geruchten over een wezen dat half mens, half dier is. Rauwer en meer misdaadroman, maar het duister zit net zo diep.
In De speer werkt een oude religieuze legende door in het heden, en C.J. Tudor zet een dominee in een Engels dorp waar de geschiedenis van martelaren nog voelbaar is. Een griezelig dorpsmysterie, iets ingetogener dan Herbert.
De lans uit De speer haalt een stuk kerkgeschiedenis naar het heden, en ook Temperance Brennan stuit in Montreal op een oude kerkelijke kwestie. Reichs werkt met botten en labwerk in plaats van rituelen, wat het geheel nuchterder maakt dan bij Herbert.
Kerken als plaats delict en een religieus motief dat steeds dreigender wordt: Daniëlle Hermans brengt de sfeer van De speer naar Utrecht. Een Nederlandse thriller zonder bovennatuurlijke elementen, wel met een duister spoor naar het geloof.
De speer volgt mensen die zich laten verleiden door een duistere macht uit de oorlogsjaren. Grangé drijft dat idee van fascinatie voor het kwaad nog verder door, met een verslaggever die zijn eigen grenzen kwijtraakt. Franser, harder en nog somberder dan Herbert.
Wie van De speer vooral de horrorkant waardeerde, kan bij Stephen King terecht voor een volstrekt aardse nachtmerrie: een schrijver die na een ongeluk afhankelijk wordt van de verkeerde verzorger. Kleiner van opzet, maar benauwender.
Bij Herbert spookt de nazitijd nog door in een modern Engeland. Van Laerhoven kiest een ander decor, een fictief Zuid-Amerikaans land onder militair bewind, maar vraagt net zo goed wat machthebbers met gewone mensen doen. Geen horror, wel even grimmig.
Iain Banks en James Herbert zijn allebei Britse schrijvers die duister en geweld niet uit de weg gaan. In Medeplichtig volgt een Schotse journalist het spoor van een reeks gewelddadige moorden, minder bovennatuurlijk maar net zo verontrustend.
Herbert mengt in De speer manipulatie, rituelen en gruwel; Lars Kepler opent zijn reeks met een gezinsmoord en een hypnotiseur die terug moet naar een praktijk die hij had afgezworen. Scandinavisch, langer en met meer politiewerk.