Het rattenleger springt steeds naar een ander slachtoffer in het bos bij Londen; Tudor wisselt op dezelfde manier tussen drie groepen die door een sneeuwstorm vastzitten. Minder bloed en meer puzzel, maar ook hier weet je bij elke wissel dat iemand het niet gaat redden.
Pender ontdekt dat de ratten slimmer zijn dan iemand dacht; bij Koontz merkt een FBI-man dat een heel kustdorp door iets slims en onzichtbaars wordt aangetast. Beide boeken bouwen het op met korte scènes van onwetende slachtoffers, en Koontz voegt er een flinke dosis sciencefiction aan toe.
Waar Herbert zijn ratten loslaat op de randen van Londen, laat Straub een gifwolk over een rijke voorstad drijven. Ook hier zie je de ramp door de ogen van steeds andere bewoners. Langer, literairer en trager, maar met hetzelfde plezier in een gemeenschap die onderuitgaat.
Ongediertebestrijder Pender jaagt op beesten die als één leger lijken te denken. Simmons zet een groep mensen neer die anderen als marionetten gebruiken, en ook hier zie je hun slachtoffers één voor één vallen. Dikker en ambitieuzer, met nog meer meedogenloosheid.
De korte, rauwe tussenscènes van Het rattenleger lezen al als losse gruwelverhalen. Barker maakt daar een hele bundel van: elk verhaal is een kort, hevig nachtmerrietje. Geen ratten, wel dezelfde lijfelijke horror zonder genade.
Hou je van het tempo van Het rattenleger, met elke paar bladzijden een nieuwe schok? Mathesons korte verhalen geven je dat in geconcentreerde vorm, van een nachtmerrie op de snelweg tot huiselijke angst. Minder bloederig dan Herbert, wel net zo snel en toegankelijk.
Bij Herbert staat één bestrijder tegenover een plaag die maar blijft groeien; bij Matheson staat Robert Neville alleen tegenover een wereld vol besmette wezens. Kaler en eenzamer dan Het rattenleger, maar net zo vlot te lezen en met dezelfde belegerde sfeer.
In Het rattenleger zien de autoriteiten de plaag te laat aankomen; bij Simmons wil een vastgoedmagnaat zijn resort op Hawaï openhouden terwijl er onverklaarbare doden vallen. Meer zwarte humor en mythologie, met hetzelfde patroon van slachtoffers die niet weten wat er komt.
Herbert verplaatst de horror naar een bos net buiten Londen; Tais Teng zet hem midden in Utrecht neer, met een demon die al eeuwen meegaat. Nederlandse horror met tempo, minder ongedierte, maar net zo weinig terughoudend in wat hij laat zien.
Het rattenleger speelt aan de rand van een stad die denkt dat de plaag voorbij is; bij Tudor verhuist een dominee met haar dochter naar een Engels dorp waar het verleden ook niet blijft liggen. Langzamer en sfeervoller, met een dorp vol geheimen in plaats van een bos vol beesten.
Pender gaat als vakman methodisch te werk tegen een vijand die niemand serieus neemt. Holly Gibney doet dat als privédetective tegen een kwaad dat zich achter een keurige gevel verstopt. King is trager en menselijker, maar de gruwel komt net zo dichtbij.
Wie na Het rattenleger nog meer Engelse horror uit dezelfde jaren wil, kan hier terecht: Barker schreef zijn vroege verhalen in dezelfde golf als Herberts ratten. Kort, theatraal en grimmig, voor lezers die niet vies zijn van een stevige scène.