Het grote slapen en De Maltezer valk zijn twee hoekstenen van de Amerikaanse hardboiled detective: een privédetective in een Californische stad, een opdrachtgever die niet alles zegt en dialogen als messen. Hammett is kaler en harder, Chandler beeldender.
Gokhuizen en een stad waarin politiek en misdaad hand in hand gaan: dat zag Marlowe in Het grote slapen, en dat is de hele wereld van De versplinterde sleutel. Hammett volgt een gokker in plaats van een detective, nog koeler verteld dan Chandler.
Philip Kerr schreef Bernie Gunther als een Berlijnse Marlowe: een cynische privédetective met een scherpe tong, in de zomer van 1936. Genoot je in Het grote slapen van de oneliners en de rotte stad, dan vind je hier hetzelfde, met de nazi's als extra dreiging.
Ook in dit latere Bernie Gunther-boek klinkt Chandler door: een speurder die ironisch blijft terwijl om hem heen alles corrupt is. Na de generaal en zijn dochters uit Het grote slapen zit je hier in een luxehotel in Berlijn, tussen machtige mannen die je beter niet tegenspreekt.
Een man die zoek is en een privédetective die wordt ingehuurd om hem te vinden: ook dat speelt in Het grote slapen. Cormoran Strike is een moderne Londense neef van Marlowe, net zo eigenwijs en eenzaam, al is Robert Galbraith uitgebreider en minder droog dan Chandler.
De generaal in Het grote slapen huurt Marlowe in omdat de politie te veel vragen zou stellen. Felix Thijssen geeft Amsterdam zo iemand: Max Winter, ex-politieman en nu op eigen houtje aan het werk. Lichter en Hollandser dan Chandler, maar met dezelfde nuchtere ik-stem.
Bij Chandler is Los Angeles in Het grote slapen nergens echt schoon; bij Bavo Dhooge is het Oostende dat vergaat. Zijn hoofdinspecteur Styx is zelf corrupt, dus nog een stap verder in de grijze moraal dan Marlowe, met zwarte humor en veel meer bloed.
Gibson leende voor Zenumagiër veel van Chandler: een cynische hoofdpersoon, een opdrachtgever met een eigen agenda en een stad vol neon en vuil. Na Het grote slapen is het een sprong naar sciencefiction, maar de noirtoon is meteen herkenbaar.
Marlowe verdwaalt in Het grote slapen tussen rijke families, gokbazen en chanteurs, en Harry Hole belandt in Bangkok in een vergelijkbaar moeras van macht en geld. Nesbø is moderner en Scandinavisch somber, met dezelfde eenzame speurder die zich niet laat kopen.
Een rechercheur die drinkt, twijfelt en toch doorzet: Harry Hole is de Noorse erfgenaam van Marlowe. Na Het grote slapen is Dodelijk patroon harder en bloediger, maar met dezelfde mix van melancholie en vakmanschap, in een Oslo dat nergens gezellig is.
Het grote slapen is een detective waarin de sfeer zwaarder weegt dan de oplossing, en dat geldt ook voor dit vreemde boek van Chesterton. Een dichter die voor de politie werkt dringt in Londen door tot een geheime kring; speels, absurd en veel lichter dan Chandler.
Waar Marlowe in Het grote slapen alleen tegen Los Angeles staat, heeft Holmes Watson naast zich. Toch delen ze een scherpe blik en een eigen erecode. De memoires bundelt korte zaken: klassieker en Engelser, een fijne tegenhanger van Chandlers regenachtige straten.
Gedeeld: snel tempo, spanning en wie-heeft-het-gedaan