Zelfde Herbert, zelfde Londen, alleen is de plaag hier geen gele wolk maar een leger knaagdieren uit de vervallen oostelijke wijken. Je krijgt opnieuw korte, bloederige scènes vanuit telkens een ander slachtoffer, en het debuut is nog wat kaler en sneller dan de mist.
Waar bij Herbert de mist uit een legerterrein ontsnapt, komt het gif bij Straub uit een onderzoekslab en treft het een rijk stadje in Connecticut. Trager opgebouwd en meer in de hoofden van de bewoners, maar met hetzelfde gevoel dat niemand de ramp in de hand heeft.
Gedeeld: duister, expliciet geweld en meerdere vertellers
Weer een geheim overheidslab dat iets laat ontsnappen, maar bij Koontz zijn het twee genetisch veranderde dieren in plaats van een gifwolk. Minder massaslachting dan in Dodelijke nevel, meer achtervolging, met dezelfde vaart en een flinke dosis geweld.
Gedeeld: meerdere vertellers, snel tempo en spanning
Ook in Moonlight Cove verandert een gewone gemeenschap in iets onherkenbaars, en ook hier zit er een technisch experiment achter. Koontz zet een ingezoomd kustplaatsje en meer sciencefiction tegenover de landelijke paniek van Herbert.
Mensen die tegen hun wil tot geweld worden gedreven: in Dodelijke nevel doet de mist dat, bij Simmons een handjevol mensen die anderen met hun geest besturen. Dikker en bedachtzamer opgezet, maar net zo genadeloos in de uitbarstingen.
Herbert vertelt zijn ramp in losse, bloederige taferelen; Barker maakt van zulke taferelen hele verhalen. Deze vroege bundel met onder meer Vlees en bloed is voor wie de harde episodes uit Dodelijke nevel het beste vond, in kleine porties.
Vijf korte verhalen uit Barkers Boeken van bloed, even expliciet als de hardste hoofdstukken van Dodelijke nevel. Geen doorlopende ramp, wel per verhaal een nieuwe nachtmerrie, in het korte ritme dat Herbert ook gebruikt.
Een luxe vakantieoord op Hawaï dat door vreemde voorvallen ten onder dreigt te gaan: Simmons kiest een zonnige plek waar Herbert grijs Engeland neemt. Ook hier staan mensen machteloos tegenover voorvallen die niemand kan verklaren.
Tudor knipt haar verhaal op in drie groepen die door een sneeuwstorm vastzitten, zoals Herbert zijn ramp vertelt via steeds andere mensen in de mist. Beklemmender en meer raadsel dan slachtpartij, met een strak tempo.
Herberts ramp treft een heel land; Hayder houdt het klein en afgelegen, op een Schots eiland met een gerucht over iets wat geen mens en geen dier is. Trager opgebouwd, maar het lichamelijke geweld komt net zo hard aan.
Van een gele wolk naar een volwassen Danny Torrance die met drank worstelt: King vertelt trager en persoonlijker. Wie bij Herbert vooral de spanning en het duister zocht, vindt hier een langere roman met dezelfde harde randen.
Een Nederlandse tegenhanger: bij Tais Teng duikt een eeuwenoude Chinese demon op in Utrecht in plaats van gif in Engeland. Korter en vreemder dan Herbert, maar met dezelfde zin voor grof geweld in een herkenbare stad.