Déjà dead en Fataal weekend zijn allebei het begin van een grote forensische reeks met een vrouw in de hoofdrol. Net als Tempe in Montreal moet Kay Scarpetta in Richmond knokken om gehoord te worden als ze een seriemoordenaar vermoedt. Cornwell is kouder van toon.
Kay Scarpetta is de oudere zus van Tempe Brennan in het genre: ook een forensisch specialist die vanaf de snijtafel meedenkt met de politie. In dit tiende deel begint de zaak bij een schip in Richmond, en de wetenschap staat net zo centraal als in Bot voor bot.
Tom Thorne ziet net als Tempe een reeks waar anderen nog losse zaken zien, en het verband ligt in het verleden van de slachtoffers. Billingham is Londens en sober, Reichs meer forensisch en Canadees.
In Déjà dead raakt Tempe's dochter zelf in gevaar; in DNA is een meisje van zeven getuige van de moord op haar moeder. Yrsa Sigurðardóttir brengt een kinderpsychologe in het onderzoek, wat het geheel net zo persoonlijk maakt. IJslands, kil en strak.
Tempe Brennan leest een skelet zoals Lincoln Rhyme een korrel zand leest: allebei maken ze van de kleinste rest een aanwijzing. Na Montreal is New York een logische volgende stap, met een criminalist die vanuit zijn bed het onderzoek regisseert en meer vaart dan het debuut van Reichs.
Margaret Campbell laat net als Tempe Brennan de doden spreken: zij als Amerikaanse patholoog in Beijing, Tempe als antropoloog in Montreal. Ook hier moet de wetenschapper samen met een rechercheur een dader bijhouden die volgens een patroon werkt, met een buitenlandse setting als extra laag.
Ook een debuut waarin de speurder ver van huis werkt: Harry Hole in Sydney blijft een buitenstaander, net als de Amerikaanse Tempe in Montreal. Nesbø mengt het onderzoek met Aboriginal-mythen en Harry's drankprobleem, rauwer dan Reichs maar met hetzelfde jachtgevoel.
Déjà dead wordt pas echt eng zodra de dader dichter bij Tempe komt. Chris Carter maakt dat in Een voor een nog persoonlijker: Robert Hunter wordt rechtstreeks door een moordenaar uitgedaagd. Veel bloederiger en sneller dan Reichs, dus niet voor gevoelige lezers.
Déjà dead draait om vrouwen die slachtoffer worden en een onderzoeker die dat niet laat rusten. Kim Stone in Vermoorde onschuld is net zo eigenwijs als Tempe en vecht in de Black Country voor slachtoffers die niemand mist. Korter en feller.
Déjà dead laat een buitenstaander meekijken met een politiekorps dat haar niet wil. In Hand en tand wordt de Edinburghse John Rebus naar Londen gehaald voor een moordzaak, waar hij net zo slecht ligt. Rankin is droog en sarcastisch.
Het vinden en lezen van lichamen staat centraal in Déjà dead, en dat geldt ook voor Moederdag, waar rechercheurs in de Taunus meer doden opgraven dan ze zochten. Nele Neuhaus legt meer nadruk op het team en de familiegeschiedenis.
Wie na Voor altijd dood een strak geplotte Britse thriller zoekt, zit goed bij Craven: een opvallende moord, een team onder druk en een dader die steeds voor lijkt te liggen. Iets luchtiger van toon dan Reichs.