Ook hier begint het contact met een moordenaar via brieven, alleen schrijft nu een jongen van twaalf die iets wil weten over zijn verdwenen oom. Kleiner van schaal dan de reis door Zuidoost-Azië, maar het kat-en-muisspel op papier is net zo griezelig.
Wie bij Marc meekijkt in het hoofd van Reverdi, vindt in deze eerste Tony Hill dezelfde obsessie terug: een profiler die zich moet inleven in een dader om hem te vinden. Meer politieteam en Engelse grauwheid, minder tropische hitte.
Net als in Voorbij de zwarte lijn raakt een gewoon mens veel te dicht bij een verdachte die zij niet kan peilen. Peter Straub schrijft trager en literairder, met een landhuis en een oude roman als sleutel in plaats van een gevangenis in Maleisië.
Waar Marc zijn eigen grenzen langzaam kwijtraakt, twijfelt de Berlijnse psychiater in Fitzeks boek aan haar eigen waarneming. Kortere hoofdstukken, hoger tempo en hetzelfde gevoel dat de dader dichter bij je zit dan je dacht.
Thilliez deelt met deze Grangé de liefde voor duistere Franse thrillers waarin de grens tussen jager en prooi vervaagt. Hier zijn het nachtmerries die echt lijken te worden, in plaats van brieven aan een gevangene, en de puzzel is ingewikkelder.
De moordenaar is bij Koontz minder een raadsel dan bij Grangé: je zit vanaf het begin in een wagen met hem en zijn gijzelaar. Puur spanning en weinig psychologie van de onderzoeker, maar net zo duister als de reis van Marc.
Liefhebbers van de klinische koelte waarmee Grangé over Reverdi schrijft, vinden die in Boston terug, bij een dader die met medische precisie werkt. Meer rechercheurswerk en forensisch detail, minder journalistieke obsessie.
Mo Hayder gaat even ver als Grangé in het tonen van wat mensen elkaar aandoen, met een vrouw die alles kwijt is als vertrekpunt. Engels decor, rauwer van toon en met dezelfde psychologische diepgang.
Tom Thorne laat zich in zijn eerste zaak, net als Marc, te ver meeslepen door één verdachte van wie hij zeker denkt te zijn. Londen in plaats van Azië en een strakker politieonderzoek, met een dader die opvallend berekenend te werk gaat.
Van Grangés jacht in Zuidoost-Azië naar een FBI-opleiding in Amerika: ook Amaia Salazar moet leren denken zoals een moordenaar die het land doorkruist. Iets meer familieverhaal, met dezelfde reis ver van huis.
Arne Dahls Stockholmse team krijgt het, net als Marc, aan de stok met een dader die van symbolen en tekens houdt. Een groepsroman met veel rechercheurs in plaats van één obsessieve verteller, en een koeler Zweeds tempo.
Na Grangés traag oplopende obsessie is Chris Carter de snelle, bloederige variant: korte hoofdstukken en een verdachte die zijn ondervragers ook bespeelt. Grof van geweld, dus niet voor gevoelige lezers.