Na In vredesnaam heeft Daniëlle Hermans nog een Nederlandse politieroman, nu rond het forensisch instituut aan de Vecht. Minder geschiedenis, meer laboratorium, met een vergelijkbaar team van rechercheurs.
In vredesnaam begint met een lichaam op een opvallende plek in Utrecht; Isa Maron opent haar Amsterdamse reeks op een vergelijkbare manier. Een Nederlands rechercheteam, korte hoofdstukken en een eerste deel om mee te starten.
Van In vredesnaam naar Eindspel is een kleine stap: weer een Nederlandse stad, een vast rechercheteam en een zaak die hard binnenkomt. Isa Maron schrijft kortere hoofdstukken, en dit is deel vier, dus lees bij voorkeur eerst de eerdere delen.
In vredesnaam geeft een vrouw met een eigen netwerk een rol naast de rechercheurs. Ook in Nulpunt werkt iemand van buiten de politie aan dezelfde zaak, en dat geeft net als bij Hermans twee blikken op één onderzoek.
In vredesnaam laat een reeks moorden zien die een patroon volgt, en ook bij Jørn Lier Horst wijst alles naar een vaste werkwijze. Noors en sober, met speurders die moeten uitzoeken wie die werkwijze kent.
Wie in In vredesnaam van het puzzelen met aanwijzingen hield, zit goed bij de eerste Lincoln Rhyme. Deaver laat een verlamde criminalist een dader volgen via de kleinste sporen, Amerikaanser en technischer dan Hermans.
Ook in Met huid en haar laat een dader berichten achter, wat het onderzoek tot een soort puzzel maakt, net als in In vredesnaam. Deaver is technischer en forensischer, met New York als decor.
Hermans laat in In vredesnaam zien hoe een dader met zijn slachtoffers iets wil zeggen. Anne Holt doet dat in Noorwegen, met een duo van wie de ene uit het politiewerk en de andere uit de psychologie komt.
In vredesnaam werkt met een rechercheursduo dat elkaar aanvult, en dat doet Peter May ook. Bij hem werken een Chinese politieman en een Amerikaanse vrouw samen, wat botsingen geeft die Hermans niet heeft, in een stad die je anders zelden in thrillers ziet.
Na In vredesnaam, met zijn moorden die naar oude geschiedenis verwijzen, past Grangé: ook hier zit iets uit het verleden achter de reeks. Twee speurders volgen het spoor tot in de Franse Alpen, harder en gejaagder dan bij Hermans.
Wie de jacht op één dader in In vredesnaam goed vond, kan verder met de eerste Rizzoli en Isles. Gerritsen schrijft medischer en Amerikaans, met een Boston-team dat net zo hard tegen de klok werkt.