Anne Provoost neemt opnieuw een verhaal dat iedereen kent en maakt het rauw en menselijk: na Belle en het Beest is het de zondvloed, gezien door een meisje dat geen plaats op het schip krijgt. Even literair, en net zo hard voor wie buiten de uitverkoren groep valt.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
De roos en het zwijn draait om lichamen: de mooiste vrouw ter wereld tegenover een boer met een bochel en een verminkte hand. In Dun! wil Fee juist zo snel mogelijk aankomen. Do van Ranst schrijft eigentijdser, maar stelt dezelfde vraag naar wat een lichaam over je zegt.
Wie Rosalena en Thybeert volgde in hun ongemakkelijke diner, herkent bij Erna Sassen dezelfde rauwe eerlijkheid over begeerte en schaamte. Reva worstelt met eten en met seks, en Sassen maakt niets mooier dan het is. Hedendaags in plaats van sprookjesachtig.
Thybeert past met zijn bochel nergens in, en ook bij Erna Sassen draait het om iemand die vastloopt omdat de wereld een vorm verwacht die niet past. Geen sprookje maar een schoolverhaal, wel met dezelfde scherpe blik op anders zijn.
Wie het sprookjesachtige van De roos en het zwijn mooi vond, vindt bij Gudrun Pausewang een meisje dat door verhalen betoverd raakt en naar de grote stad trekt. Ook dit leest als een fabel met een harde, eerlijke kern.
Het platteland en een man die anders is dan de rest: dat is de wereld van Thybeert, en ook die van het West-Vlaamse gezin van Aline Sax dat in 1910 naar Amerika wil. Historischer en ingetogener, met een stille hoofdpersoon die je snel ter harte gaat.
Gedeeld: emotioneel, langzaam opbouwend en literair
In De roos en het zwijn speelt schoonheid de hoofdrol; in Zwarte zwaan doet Rifka dat met haar verhalen, als koningin van de klas. Gideon Samson schrijft over hoe aantrekkingskracht en leugens door elkaar lopen, maar dan op een gewone school.