Nog een Mirjam Mous over een jongen voor wie thuis niet alles vanzelf gaat, maar nu met ADHD in plaats van gênante ouders. Indy praat er net zo grappig en eerlijk over als Niels, en droomt ervan zo stil te kunnen zitten als zijn grote held.
Wie samen met Niels heeft liggen kronkelen om zijn ouders, krijgt hier nog meer plaatsvervangende schaamte. Marc-Uwe Kling laat papa en mama een ongemakkelijk gesprek beginnen met hun dochter en haar vriend, met net zo droge humor.
In Ouders te koop doen volwassenen dingen die niet mogen, en deze oppas doet daar nog een schepje bovenop met slangen in de woonkamer. Rindert Kromhout houdt het kort en luchtig, prima voor wie iets jonger is dan Niels.
Niels schaamt zich dood voor zijn ouders; Marietje Appelgat schaamt zich nergens voor, al trekt haar geur hele zwermen vliegen aan. Lydia Rood houdt van net zulke vieze, flauwe grappen als Mous en schrijft in hetzelfde snelle tempo.
Net als Niels vindt Tracy dat de volwassene in haar leven het helemaal verkeerd aanpakt, al is het bij haar een pleegmoeder in plaats van een vader en moeder. Jacqueline Wilson laat Tracy zelf vertellen, brutaal en grappig, met af en toe een serieuze ondertoon.
Niels zoekt een eigen oplossing voor zijn probleem, en ook Zack moet zich uit een lastige situatie zien te redden: het schoolhoofd geeft hem een baantje dat hem razend impopulair maakt. Patrick Ness maakt er een vlot, absurd schoolverhaal van.
Niels heeft ouders zonder examen, en het gezin van Jurriaan neemt ook een besluit waar de kinderen niet om vroegen. Bij Erna Sassen zet een heksenclubje zich daartegen schrap, net zo eigenwijs als Niels met zijn eigen oplossing.
Waar Niels zijn ouders het liefst zou inruilen, begint Tommie juist zonder: een machinist vindt hem in een sporttas op het perron. Mensje van Keulen maakt er een vrolijk verhaal van over wie eigenlijk bij wie hoort.
Niels vindt dat zijn ouders hun werk niet goed doen, en in Hotel de grote L moeten de kinderen het werk van hun vader zelfs overnemen. Sjoerd Kuyper schrijft voor lezers die iets ouder zijn dan Niels, met dezelfde mix van gekte en een gezin dat het zelf moet uitzoeken.
Ouders te koop draait om volwassenen die zich niets van regels aantrekken; in Prinses Snottebelle is het een verwend koningskind dat zich als een hork gedraagt. Marc-Uwe Kling schrijft het als sprookje, met hetzelfde soort brutale grappen.
Na de gênante ouders van Niels is dit een stap richting spanning, met nog steeds veel te lachen: Tom krijgt in de kelder een slijmerig spook achter zich aan. Cornelia Funke houdt het luchtig genoeg voor lezers die niet van eng houden.
Waar Niels zich doodschaamt bij het zwembad, staat Ricardo met plezier voor een filmcamera. Floortje Zwigtman geeft hem zwaarden en stunts in plaats van gênante ouders, maar de snelle grappen liggen dicht bij die van Ouders te koop.