Waar Melle en Limoni met een ploeg Gorgels naar het Hoge Noorden trekken om de slaapziekte te stoppen, gaat Tom in De spokenjagers samen met een bang spookje en een ervaren spokenjaagster op pad. Ook hier wisselen griezelige en grappige momenten elkaar snel af.
De Gorgels en de laatste kans is een race tegen de klok, en die vaart zit ook in Grieselstate van Anthony Horowitz. David belandt op een afgelegen internaat met een magisch geheim: meer griezel en voor iets oudere kinderen, maar met evenveel droge grappen.
De Gorgels slapen een voor een in, en Melle en Limoni moeten opschieten. Diezelfde haast en dezelfde grappige toon heeft Mirjam Mous in haar tweede Pietje Prinses-boek, waarin twee zusjes op een onverwachte vlucht vertrekken.
Ook Otje is een reisverhaal: een meisje trekt met haar vader Tos van plek naar plek, zoals Melle en Limoni met hun Gorgels naar het noorden gaan. Annie M.G. Schmidt schrijft net zo warm over wie bij elkaar hoort, met wat minder spanning en meer ontroering.
Limoni en Melle hebben hun Gorgels; Loes en Jurriaan hebben elkaar en een heksenclub. Erna Sassen schrijft vrolijk over vriendschap en rare brouwsels, en is net als dit derde Gorgelboek goed voor te lezen of zelf te lezen.
Een zeearend met slecht nieuws zet Myjers derde Gorgelboek in gang. V.E. Schwab begint haar reeks met een meisje dat na een bijna-verdrinking de wereld van de doden kan zien, met een trouw spookmaatje aan haar zij. Enger, en beter voor kinderen vanaf tien.
Wie de rare namen en grappige bijfiguren in De Gorgels en de laatste kans het leukst vindt, vindt die ook in De sporenvinder van Marc-Uwe Kling. Een meesterspeurder en zijn tweeling raken in een magisch speurwerk verzeild, met net zoveel humor als spanning.
Net als de Gorgels is Wiplala een piepklein wezentje dat zich met een gewoon gezin bemoeit. Annie M.G. Schmidt laat hem tinkelen tot alles misgaat, en dat geeft dezelfde mix van gekke situaties en spanning als de lange tocht van Melle en Limoni.
Voor jongere broertjes of zusjes van Gorgelfans: in Mijn spook en ik durft Yas het donker niet aan, tot er een spook bij hem opduikt. Edward van de Vendel maakt het eng en geruststellend tegelijk, zoals een Gorgel die 's nachts over je waakt.