Ook Michael Crichton stuurt zijn personages een tropisch oerwoud in: zeven studenten van een biotechbedrijf op Hawaï belanden er op een manier die niemand had voorzien. Natuur en bedrijfsbelangen botsen net zo hard als op Borneo.
De Borneodeal laat zien hoe hebzucht een kwetsbaar gebied bedreigt, en Clive Cussler doet dat op zee: een diamantconcern dat de bodem leegschraapt, met rampen als gevolg. Dirk Pitt neemt het op tegen een machtige familie, in hoog tempo.
De Borneodeal draait om een bedrijf dat beweert de natuur onder controle te hebben, en in de twee romans van deze dubbelband loopt dat op een eiland gruwelijk uit de hand. Michael Crichton schrijft net zo vlot, met dinosaurussen in plaats van palmolie.
Bij Vis is het oerwoud van Borneo de inzet, bij Clive Cussler de Caribische zee rond een onderwaterstation, waar Dirk Pitt en zijn pas ontdekte kinderen op een groot zakelijk complot stuiten. Avontuurlijk, vlot en ver van huis.
Waar De Borneodeal draait om jaloerse concurrenten en vuile zakenpraktijken, laat Jo Nesbø een Noorse headhunter met een te duur leven zich vergalopperen aan een riskante kunstroof. Kort, snel en met zwarte humor.
Corrupte machthebbers en mensen die zich op vreemd terrein staande moeten houden: wie dat bij Vis trok, volgt bij Clancy een CIA-agent die jarenlang undercover in Afghanistan en Pakistan zat. Actiegericht en vlot.
De Borneodeal laat zien hoe economische belangen tot sabotage leiden. Bij Tom Clancy krijgt een Russische miljardair met een antivirusbedrijf opdracht om de Verenigde Staten digitaal aan te vallen. Grootschaliger, maar net zo vlot.
Internationale intriges in Zuidoost-Azië bij Vis, en bij Jeffery Deaver een moderne James Bond die achter een dreiging aan de wereld over reist. Snel en toegankelijk, voor wie bij Vis vooral de verre decors en het tempo waardeerde.
Wie in De Borneodeal de vraag boeiend vond wie er achter de sabotage zit, krijgt bij Lee Child een Jack Reacher die het Pentagon induikt voor een generaal die haar eigen mensen niet meer vertrouwt. Rap en toegankelijk.
De Borneodeal zet een buitenlands decor en politieke corruptie centraal, en Steve Berry doet dat in Rusland, waar de vraag of er na 1918 een Romanov overleefde ineens politieke lading krijgt. Vlot en avontuurlijk.
Wie van het tempo van Vis houdt, vindt in de eerste Robert Langdon een race van CERN naar Rome rond gestolen antimaterie. Dan Brown schrijft kort, snel en heel toegankelijk, al is het decor eerder kerk dan oerwoud.
In De Borneodeal moeten twee mannen op vijandig terrein hun project redden; bij Sandra Brown zoekt journaliste Kerra Bailey een oud-majoor op die ooit levens redde, en raakt ze verstrikt in een zaak die nog niet is afgesloten.