De politie van Piemburg en de Zweedse autoriteiten bij Jonasson hebben gemeen dat ze de gekte om hen heen maar half doorhebben. Zwarte humor over macht, maar bij Jonasson zonder het venijn van de apartheidssatire.
Thomése en Sharpe schrijven allebei over mannen met merkwaardige obsessies die er een missie van maken. Bij Thomése is het een roadtrip met een vriend, bij Sharpe een politiekorps dat zichzelf belachelijk maakt.
Na de rauwe Piemburgse politie bij Sharpe is Wodehouse de Engelse tegenhanger: plannen die uit de hand lopen, maar dan beleefd en zonder geweld. Voor wie de klucht wil zonder de bijtende politiek.
Een politieman met vreemde fixaties en een televisieproducent met één droom: Sharpe en Brusselmans lachen om mannen die alles overhebben voor hun obsessie. Vlaams en absurder, met dezelfde grove grappen.
Ook Toole laat een man met eigenaardige obsessies los op een stad die hem niet aankan. Ignatius is een eenling waar Sharpe een heel korps opvoert, maar de lach om zelfingenomenheid is dezelfde.
Lanoye zet net als Sharpe een man met grote plannen en weinig moraal in het centrum van een satire op zijn omgeving. Vlaams in plaats van Zuid-Afrikaans, en meer gericht op de handel dan op de politie.
Zwagerman laat een kunstroof uitgroeien tot een spot op een hele wereld, zoals Sharpe met de politie van Piemburg doet. Subtieler en Hollandser, maar voor lezers die houden van een misdaad als aanleiding voor satire.
Wie de stijve gezagsdragers van Piemburg zag struikelen, kan hier lachen om een Engelse universiteit vol pretentie. Geen apartheid, wel dezelfde lol in mensen die hun eigen gewichtigheid niet doorzien.
Ook Sedaris vindt het absurde in de gewoonste instellingen, van een warenhuis tot een kerstspel. Korte verhalen in plaats van een roman, en lichter dan Sharpe, maar even ondeugend.
De uit de hand lopende plannen van Piemburg hebben een Nederlands broertje in Ron van Dijk, die zijn eigen Olympische droom najaagt. Minder zwart en meer Vinex, met dezelfde opbouw van ramp op ramp.
Waar Sharpe het Zuid-Afrikaanse gezag tot karikatuur maakt, maakt Raoul de Jong dat van zichzelf. Een jong en persoonlijk boek, maar met dezelfde neiging om plannen tot in het absurde door te trekken.