Varg Veum reist hier van Bergen naar Stavanger om een verdwenen booreilandwerker te vinden. Dezelfde droge grappen en dezelfde koppige zoektocht op eigen houtje, alleen speelt deze zaak in de oliewereld.
Privédetective Helen Walsh is blut, heeft geen huis meer en voelt een oude somberheid terugkomen. Marian Keyes is lichter en grappiger, maar deelt met Veum die mix van zelfspot en een persoonlijk dieptepunt.
Veum als huisoppas in een villa is al een komische opzet, en Fred Vargas kan daar wat van: haar eerste evangelistenboek laat een stel werkloze geschiedkundigen samenhokken en speuren. Eigenzinnig, Frans en geestig, met een vermissing als kern.
Een zingende moeder en dochter verdwijnen midden in een tv-talentenjacht in Aberdeen. Stuart MacBride mengt flinke spanning met zwarte grappen, zoals Veum ook altijd een kwinkslag heeft terwijl het om leven en dood gaat.
Veum begint dit boek net ontwend en zonder vaste klussen. Stephen R. Donaldson schreef met zijn Axbrewder in 1980 een speurder die nog dieper is gevallen en via één zaak terug moet krabbelen; somberder van toon, met minder kwinkslagen.
Een vrouw vraagt Cormoran Strike haar verdwenen man, schrijver Owen Quine, thuis te brengen. Net als bij Veum begint het als een eenvoudige klus voor een privédetective en wordt het daarna veel duisterder.
Logan McRae wordt na een succes in uniform naar de regiopolitie gestuurd, net zo'n onvrijwillig klusje als Veum die op een villa past. Wrange humor, met een vermissing die de rustige plattelandsdienst verstoort.
Net als Veum, die tegen de politie in naar de vrouw van zijn baantje zoekt, gaat Arne Dahls oud-agent Berger zelf op pad nu zijn geliefde is verdwenen. Zweeds, strak en persoonlijk, maar met minder grappen.
Kenzie en Gennaro zoeken in Boston naar een meisje van vier dat 's nachts uit haar bed verdween. Minder grappig dan Staalesen en een stuk zwaarder, voor wie vooral de spanning van de zoektocht wil.
Veum laat een verdwenen vrouw niet los, en Jørn Lier Horst maakt daar een jaarlijks ritueel van: Wisting opent steeds opnieuw een oud vermissingsdossier. Nuchter Noors, met minder humor en meer geduld.
Een lijk in een zwembad is bij Veum het begin; bij Yrsa Sigurðardóttir is het een jacht dat zonder bemanning in Reykjavik aanmeert. Allebei draaien ze om mensen die er ineens niet meer zijn, in een donkere noordelijke sfeer.
Veum zoekt op eigen houtje en tegen het advies van de politie in. In dit late Brennan-deel krijgt de forensisch antropologe juist zo'n eigenwijze amateur naast zich, die vermisten en naamloze doden aan elkaar probeert te knopen.