Bernie Gunther en Erast Fandorin zijn allebei speurders met stijl in een stad op een kantelpunt van de geschiedenis. Akoenin speelt in tsaristisch Rusland en is luchtiger dan Kerr, maar wie in de Berlijnse trilogie de droge grappen tussen het gevaar door waardeerde, zit hier goed.
De Berlijnse trilogie laat een speurder werken onder een regime dat steeds verder doorslaat; in Staatsraad staat Fandorin tussen revolutionairen en een schimmige staatsmacht. Ander land, andere eeuw, maar dezelfde vraag aan wie je als rechercheur trouw bent.
Gedeeld: historische setting, spanning en snel tempo
Kerr gebruikt Berlijn in de jaren dertig zoals Steven Saylor het oude Rome gebruikt: als decor waarin een speurder tegen de macht in naar de waarheid zoekt. Gordianus de Vinder is milder dan Bernie, maar net zo spottend over de machthebbers van zijn tijd.
Waar Kerr een speurder door nazi-Berlijn stuurt, volgt Olyslaegers een Antwerpse hulpagent in de bezettingsjaren. Geen detective maar een literaire roman, en net als de Berlijnse trilogie een boek over meedoen, wegkijken en wat dat van je maakt.
Gedeeld: historische setting en moreel grijze hoofdpersoon
Bernie Gunther werkt in een politiestaat; rechter Tie dient een keizerrijk vol intriges. Van Gulik is veel klassieker en minder grimmig dan Kerr, maar ook hier is de speurder slimmer dan zijn superieuren en moet hij voorzichtig manoeuvreren tussen wie de macht heeft.
De Berlijnse trilogie ademt de dreiging van een komende oorlog, en Zwarte graven ook, aan de vooravond van 1914. Anne Perry laat een Engelse familie ontdekken dat een ongeluk misschien geen ongeluk was. Rustiger en minder hardgekookt dan Kerr, met dezelfde historische zorg.
Hou je in de Berlijnse trilogie van een speurder die moreel nogal grijs is, dan gaat Raphaël Styx een stap verder: een corrupte Oostendse hoofdinspecteur. Bavo Dhooge schrijft rauwer en absurder dan Kerr, en zonder historisch decor, maar het hardgekookte cynisme klinkt vertrouwd.
Kapitein Alatriste is net als Bernie Gunther een harde man met een eigen erecode in een wrede tijd. Pérez-Reverte neemt je mee naar het beleg van Breda in plaats van naar Berlijn, met meer zwaardgevechten en minder speurwerk, maar dezelfde droge, ironische verteltoon.
Na het hardgekookte Berlijn van Kerr is dit een klassieke historische misdaadroman in het Londen van 1890, met Holmes en Watson. Horowitz laat net als Kerr een bekende sfeer herleven en verstopt onder het speurwerk een donkere kant van de stad.
De Berlijnse trilogie mengt speurwerk met geschiedenis die je echt iets leert over een periode; De naam van de roos doet dat voor de middeleeuwse kerk. Eco is trager en geleerder dan Kerr, maar zijn monnik-detective William redeneert net zo scherp als Bernie.
Kerr laat zien hoe gewone mannen meegaan in het geweld van hun tijd, en dat is ook de kern van De tolk van Java. Alfred Birney schrijft een rauwe roman over een vader en de oorlog in Indië, geen detective, maar met dezelfde nietsontziende blik op schuld en geschiedenis.
Bernie Gunther bijt zich in de Berlijnse trilogie vast in zaken die zijn bazen liever dicht zien gaan. Anne Perry geeft je met William Monk een Londense speurder die ook tegen zijn eigen korps in moet werken. Victoriaans en minder hardgekookt dan Kerr, maar met een even sterk gevoel voor de stad.