Wolkers schrijft over lichaam, dood en humor in korte, scherpe verhalen. Roth doet dat in Portnoy's klacht als een lange bekentenis vol komische overdrijving, met een moeder die alles overheerst. Waar de verhalen van Wolkers kort en direct zijn, is Roth uitgesproken en breed.
Van Brederode laat in Mensen met een hobby een vrouw die strips tekent en gejaagd leeft haar eigen humor vinden. Het is een roman, geen bundel, maar met dezelfde ironische blik als in Wolkers' verhalen. De humor komt uit het dagelijkse gedoe.
Biesheuvel schrijft over het leven op koopvaardijschepen, uit zijn eigen jaren als matroos. De toon is licht en heeft een ondertoon van heimwee. Een ruwe, eerlijke wereld, met de zee in plaats van het lichaam als centrum.
Elsschots Villa des Roses is een komedie over kleine mensen met grote streken. Die droge humor is er ook in Wolkers' verhalen, al mist Elsschot de seks en de dood. Eerlijk over de mensen die je tegenkomt, maar zonder het rauwe lichaam.
Voor het eerst staan alle verhalen die Claus bij leven publiceerde in één boek, van Suiker tot De zwarte keizer. Claus laat in korte stukken zien hoe verlangen en schaamte door elkaar lopen. Een bundel met dezelfde dichtheid als Wolkers' eigen verzameling.
Bordewijk laat in zijn korte verhalen magisch realisme en scherpe klucht naast elkaar bestaan. Een keuze die van de ene naar de andere toon springt, zoals Wolkers van seks naar sentiment gaat. Wie de humor van Wolkers waardeert, vindt hier een verwant duister.
Een ruime keuze uit bijna veertig jaar verhalen van Brouwers, van zijn debuutbundel tot latere werk. De verhalen gaan over sterven en leven van gewone mensen, met een literaire ernst. Waar Wolkers scherp en spottend is, is Brouwers ernstiger.
De verteller draagt altijd een foto bij zich: een strand, zijn moeder en hijzelf als kleine jongen. Van Amerongen gebruikt die foto als ingang tot een relatie met een moeder die niet gewoon is. Emotioneel en komisch tegelijk, net als de sentimentele verhalen van Wolkers.
Wolkers schrijft over een lichaam dat niet meewerkt, in korte en scherpe stukken. Brouwers laat in Cliënt E. Busken een man zien die tegen zijn zin is opgenomen en daar met humor en wrok tegenaan kijkt. Net zo scherp op het lichaam, vanuit de gesloten afdeling.
Humor die uit een absurde premisse groeit, zoals ook in het grappige werk van Wolkers. Al Galidi laat een hoofdpersoon vechten tegen zijn eigen bestemming. Komisch en ontroerend tegelijk, met een verhalend vuur dat niet verdwijnt.
Mizee schrijft in Voor God en de sociale dienst een komisch duel tussen een jonge vrouw en een consulent. Wolkers' verhalen hebben meer scherpte, Mizee meer lach. Een hoofdpersoon die niet buigt, wat ook in Wolkers' verhalen vaak voorkomt.
Reve sluit hier de liefdescyclus af die met De taal der liefde begon. Het is een komische, lichte toon, met verlangen als rode draad. Een afsluiter die je met een glimlach achterlaat, anders dan de rauwe verhalen van Wolkers.