Van de vroegste tot de laatste verhalen: deze bundel toont Claus als verteller in de korte vorm. Wie daarna een tijdgenoot uit het noorden wil lezen, begint goed bij het debuut van Jan Wolkers, een verhalenbundel die net zo lijfelijk en direct is.
Dit is het complete korte werk van Claus in één band. Hetzelfde is voor Truman Capote gedaan: alle eenentwintig verhalen die hij als volwassen schrijver publiceerde, sommige nooit eerder vertaald; teder, scherp en vol zuidelijke sfeer.
Claus kan teder, bitter en komisch zijn in één verhaal. J.D. Salinger heeft diezelfde breedte in zijn Negen verhalen uit 1953, vaak met kinderen die scherper zien dan de volwassenen; kort, precies en ontroerend.
Na de korte verhalen van Claus kun je met Salinger naar twee lange verhalen, verteld door schrijver Buddy Glass. Net zo spits, met humor die verdriet verbergt, en een broer die steeds net buiten beeld blijft.
De experimentele verhalen in deze bundel laten Claus van een andere kant zien. Italo Calvino schreef met deze novelle een even eigenzinnig stuk, over een communist die stemmen telt in een Turijnse inrichting voor zieken; kort en scherp.
Wie in Alle verhalen vooral de bittere kant van Claus waardeert, vindt die ook bij Joseph Roth. Hij volgt een oorlogsinvalide die dankbaar is voor zijn onderscheiding, tot het leven hem anders leert; een korte roman met de kracht van een verhaal.
Claus schrijft over de dood met een mengeling van tederheid en geheimzinnigheid. Jan Wolkers doet dat in een verhaal over een jongen die vijf dagen bij het lijk van zijn vader blijft; kort, ontroerend en zonder franje.
Deze bundel volgt Claus van zijn vroegste tot zijn laatste verhalen. Oek de Jong debuteerde in 1977 met dit boek, hier in een herziene editie; een mooie manier om ook een andere schrijver bij het begin te leren kennen.
Tussen de bittere verhalen van Claus zitten ook komische, met mensen die zichzelf overschatten. Harry Mulisch schreef een hele roman over zo'n figuur, een oude toneelspeler die zijn kans schoon ziet; geestig en melancholiek tegelijk.
Alle verhalen laat zien hoe Claus met weinig woorden een heel leven kan schetsen. Toni Morrison doet dat in een korte roman over twee vriendinnen in een zwarte wijk boven een stadje in Ohio; rijk aan beelden en heel geconcentreerd.
De geheimzinnige, fantasierijke verhalen van Claus vragen een lezer die mee wil in vreemde werelden. Hermann Hesse neemt je mee in het hoofd van een eenzame intellectueel die zichzelf half mens, half wolf voelt; filosofisch en dromerig.
Claus' verhalen springen van Vlaamse dorpen naar verre plekken en dromen. Adriaan van Dis laat in deze roman een schrijver zich terugtrekken in een afgelegen vallei, met dezelfde mix van humor en melancholie.