Brouwers opnieuw, en weer helemaal in het hoofd van één man, maar nu vol verdriet in plaats van begeerte. Een vader denkt terug aan de paar keer dat hij de zoon zag die hij kwijtraakte, net zo precies en dwangmatig verteld als de liftroman.
Tolstoj laat een man vertellen hoe zijn huwelijk ten onder ging aan jaloezie. Net als de man in de lift draait hij in een benauwende monoloog rond zijn verlangen en zijn angst, en die felle concentratie op één obsessie maakt de boeken verwant.
De man in de lift kan nergens heen, en de hoofdpersoon van Thomése evenmin: een vrouw zit in de auto van haar ex, op weg door een bewaakt dorp van rijke mensen. Een kleine ruimte, een hoofd dat op hol slaat, en een gejaagd ritme.
Claus volgt een man die op een keerpunt in zijn leven, in één avond en nacht, verstrikt raakt in zijn eigen hoofd. Dat korte tijdsbestek en die op hol geslagen gedachten liggen dicht bij de liftscène van Brouwers, met dezelfde benauwde intensiteit.
In Zonsopgangen boven zee is de angst om ouder te worden de motor, bij Van der Heijden is het verlatingsangst. Zijn hoofdpersoon is een reclameman die zich daar met drank en geweld tegen verzet. Harder en grimmiger, met dezelfde blik van binnenuit.
Brouwers sluit een man en zijn geliefde op in een lift; Haasse stuurt twee oud-geliefden samen op reis, allebei met hun eigen teleurstellingen. Twee mensen die op elkaar zijn aangewezen, met spanning die nauwelijks wordt uitgesproken.
Ook de verteller van Brouwers ziet een vrouw vooral door de bril van zijn eigen verlangen. Bij Te Gussinklo eist een verliefde jongen dat zijn meisje past in het beeld dat hij al klaar heeft, beschreven met evenveel oog voor elke kleine gedachte.
Waar Brouwers een man laat malen over verlangen en verval, kijkt Emants naar een vrouw die van haar huwelijk meer had verwacht en naar iets groters hunkert. Even minutieus ontleed, in sobere negentiende-eeuwse zinnen.
Een afgesloten ruimte als drukvat: dat werkt in de lift van Brouwers en ook in deze roman van Bervoets, waar een gezelschap in een school bijeenkomt voor een tv-opname. Hier gaat het om een groep in plaats van twee mensen, met dezelfde benauwenis.
De liefde in Zonsopgangen boven zee zit klem, letterlijk; bij Gerritsen zit ze klem omdat een vrouw op de verhuisdag weigert dat er iets verandert. Kort en precies verteld, met hetzelfde ongemakkelijke gevoel van te dicht op elkaar.
De verteller in de lift verlangt naar een veel jongere vrouw; bij Boon groeit dat verlangen in een armoedig huishouden, waar een arbeider en zijn vrouw een jong hulpje in huis hebben. Grauwer en sociaal scherper, net zo benauwend.
Net als de man in de lift is de hoofdpersoon van Haasse alleen met zijn gedachten, maar dan in een leeg huis op het erfgoed van zijn schoonfamilie. Stiller en raadselachtiger dan Brouwers, met dezelfde trage innerlijke spanning.