Jan Siebelink neemt de volwassen zonen uit Knielen op een bed violen als middelpunt. Een psychologisch, literair verhaal over wat een geladen opvoeding in iemand achterlaat, strenger en meer in familiekring dan Claus' koortsige nachtdroom.
Harry Haller ziet zichzelf als half mens, half wolf, en Hesse maakt van die innerlijke verscheurdheid een intens zelfonderzoek. Verwant aan de verstrikking in het eigen hoofd bij Claus, maar filosofischer en minder erotisch.
Reve laat een jongen rondlopen in een wereld van volwassenen die hij niet begrijpt en die dreigend aanvoelt. Beklemming en psychologie staan voorop, in een verhaal dat net als Jessica! meer sfeer dan plot heeft.
Een schrijver met een blokkade reist naar Venetië en raakt daar langzaam in de ban van iets dat hij niet kan benoemen. Thomas Mann is stijlvaster en ingehouden, maar het verlangen dat de hoofdpersoon verteert past bij Claus.
Ewout Meyster is veertien en gaat in de jaren vijftig mee op zomerkamp. Te Gussinklo schrijft zo dicht op het bewustzijn van zijn hoofdpersoon dat je als lezer wordt meegezogen, beklemmend zoals de nacht in Jessica!
Wie zich in Jessica! verloren voelt in een benauwde droomwereld, vindt bij Kafka de koele variant. Zijn niet-verzonden vaderbrief en de nagelaten verhalen draaien om schuld en angst, in een toon die streng en precies blijft.
Na een bezoek aan de kinderboerderij wordt Clay ernstig ziek, en Bervoets volgt wat dat met zijn lijf en hoofd doet. Kort, psychologisch scherp en beklemmend, voor wie na Claus iets hedendaags wil.
Lanoyes hoofdpersoon stottert, leeft teruggetrokken en heeft het ongewone beroep van opruimen na een brand of overstroming. Het verhaal duikt diep in zijn hoofd en is moderner en donkerder dan Claus.
Een kind in een streng gereformeerd boerengezin vertelt zijn wereld in verbluffend rijke taal. De psychologische spanning en het benauwende zijn verwant aan Claus' koortsige proza, maar dit gaat over opgroeien.
Een beeldhouwer drijft het hyperrealisme op de spits door levende modellen in gipsverband te leggen. Van der Heijden schrijft literair en zinnelijk, met een obsessie die doet denken aan Claus' hoofdpersoon.
Daniël draagt herinneringen en schuld om de dood van zijn dochtertje met zich mee. Wolkers schrijft rauw en lichamelijk, en deelt met Claus de zinnelijkheid en de kwelling.
Brijs laat een man de stilte van een bergdorp opzoeken, waar rust vooral ruimte geeft aan wat er in zijn hoofd speelt. De spanning zit in sfeer en psyche, ver van de erotische koorts van Claus maar even benauwend.