Waar Victor zijn eigen zoon wegstuurt, krijgt Algot Olsson in Småland te maken met een harteloze graaf en diens zoon. Ook hier draait het bij Jonasson om sluwheid, wraak en standsverschil, alleen in een historisch decor.
Felix wordt uit zijn eigen festival gewerkt en broedt op vergelding, net als de mensen die bij Zoete, Zoete Wraak BV aankloppen. Margaret Atwood maakt er een geestige, literaire wraakkomedie van rond The Tempest.
Vier mannen die door oplichter Harvey Metcalfe een miljoen lichter zijn gemaakt, willen alles terug. Jeffrey Archer schreef een speelse wraakroman met dezelfde lol in een slim plan als het wraakbedrijfje van Kevin.
Victor wil een rijke erfgename, Lockhart Flawse wil zijn eigen erfenis veiligstellen en moet daarvoor absurde beproevingen doorstaan. Tom Sharpe schrijft een grove, snelle klucht over hebzucht en familie, net zo zwart als Jonasson soms is.
Kunsthandelaar Victor denkt dat alles te koop is, en Tony Hanssen denkt dat de wereld draait om verkooptalent. Tom Lanoye schrijft een Vlaamse satire op hebzucht en opportunisme, scherper en literairder dan Jonasson.
Victor droomt van een rijk huwelijk, Timothy Bright van een fortuin; allebei laten ze zich leiden door hun eigen hebzucht. Tom Sharpe schrijft het grover en Engelser, maar met hetzelfde tempo en dezelfde zwarte humor.
Ook Sue Townsend zet een machtig man centraal: premier Edward Clare verliest zijn greep op het land en moet de straat op om te zien hoe het echt zit. Een vrolijke satire met dezelfde spot met hoogmoed als Zoete, Zoete Wraak BV.
Victor is een kakkerlak in maatpak, en McEwan neemt dat beeld letterlijk: een insect wordt wakker als Britse premier. Een korte, gemene satire voor wie houdt van Jonassons spot met machtige, gewetenloze mannen.
Een bedrijfje dat wraak op bestelling levert, is precies het soort plan dat Ukridge had kunnen verzinnen. Wodehouse schrijft vriendelijker en zonder wraak, maar met hetzelfde plezier in ondernemers met lege zakken en een hoofd vol ideeën.
Kunsthandelaar Victor heeft geen geweten, Ignatius J. Reilly geen zelfkennis, en van allebei maakt hun schrijver het middelpunt van een klucht vol onmogelijke bijfiguren. Toole is wranger en rauwer, maar wie om Victor lacht, lacht ook om Ignatius.
Victor wil niets met zijn zoon te maken hebben, en Will wil al helemaal geen kinderen, tot een jongen van twaalf zijn leven binnenwandelt. Nick Hornby schrijft warmer dan Jonasson, maar ook hier draait het om een volwassene die zijn verantwoordelijkheid ontloopt.
Geld en een bizarre missie: bij Thomése rijden de schrijver en zijn vriend J. Kessels naar Hamburg voor een klus die alleen maar uit de hand kan lopen. Een rauwe, Brabantse komedie met hetzelfde tempo als Jonasson.