Na de stokers uit Småland zit je bij Jonasson weer goed, nu in het Stockholm van vandaag: een kunsthandelaar wiens plan in de war raakt door een zoon van zestien. Minder plattelandsschelmen, dezelfde droge vaart.
Algot Olsson zoekt zijn fortuin in een ketel brandewijn, Ukridge in steeds een nieuw plan om rijk te worden terwijl hij altijd krap bij kas zit. Wodehouse speelt het Engels en beschaafd, de lol om sluwe handeltjes is dezelfde.
Wie om de stookplannen van Algot moest lachen, vindt in Timothy Bright net zo'n dromer van een fortuin die zich alleen dieper in de schulden steekt. Tom Sharpe drijft de klucht wel verder door dan Jonasson.
Ook Waterdrinker maakt van een historisch decor een schelmenroman: Moskou in 1991, waar een jonge jurist van een reisorganisatie midden in de chaos van een uiteenvallend rijk belandt. Grotere geschiedenis dan het Småland van de brandewijn, net zo veel sluwheid.
Gedeeld: historische setting, met humor en snel tempo
Een klein Zweeds dorp, eigenwijze bewoners en humor die nooit gemeen wordt: dat deelt Backman met het Småland van de varkensboerenzoon. Britt-Marie is 63, houdt van onderzetters en zoekt werk, en ze is heel wat minder sluw dan Algot.
Gedeeld: met humor, klein dorp (small town) en toegankelijk
Algot moet het telkens opnemen tegen een egoistische graaf, regisseur Felix wordt uit zijn eigen festival gewerkt en zint op vergelding. Atwood geeft wraak een theaterdecor met The Tempest, Jonasson een stookketel, en bij beiden lach je om de afrekening.
De varkensboerenzoon uit Småland ruikt geld in een stookketel; bij Lanoye stopt een student met rechten omdat hij in zijn eigen verkooppraatjes gelooft. Twee gretige jonge zakenmannen in een satire, al is de Vlaamse versie bitterder.
Standsverschil is bij Jonasson een graaf tegenover een varkensboer, bij Sue Townsend zit de koninklijke familie achter het hek van een bewaakte zone. Allebei zetten ze de hoge heren met plezier in hun hemd.
Ignatius J. Reilly is lui en overtuigd van zijn eigen genie, een heel ander type dan de handige stoker Algot, maar Toole bouwt net als Jonasson een bonte stoet zonderlingen rond hem op. Het decor is New Orleans in plaats van het Zweedse platteland.
In een stadje in New Jersey heeft binnenhuisarchitect Bartolomeo elke kandelaar van de kerk ingericht, en net als in Småland kent iedereen elkaar. Trigiani is warmer en romantischer, Jonasson droger, maar het dorpsgedoe is even vermakelijk.
Gedeeld: met humor, klein dorp (small town) en toegankelijk
Henry Wilt die in zijn eentje Engeland gaat verkennen, belandt van de ene ramp in de andere, een beetje zoals de brandewijnplannen van Algot steeds een nieuwe wending krijgen. Sharpe is grover en Engelser, het tempo net zo hoog.
Jim Dixon is docent op proef aan een provinciale universiteit en moet voortdurend schipperen tussen hogergeplaatsten die hem niet zien staan. Waar Algot de graaf te slim af wil zijn, probeert Jim vooral heelhuids weg te komen; Amis is droog en Engels.