Na de zilveren draak Long past een draak met een heel ander karakter: in Hoe tem je een draak moet een onhandige vikingjongen er een zien te temmen. Minder zoektocht en veel meer grappen, maar ook hier draait het om de band tussen kind en draak.
Wie met Thomas meereisde naar een verborgen fabelwezen, vindt bij Mark Tijsmans een sprookjesland waar verschillende volken samenleven en een oude vrede begint te wankelen. Tijsmans bouwt zijn wereld groter op dan Funke, maar het tempo blijft vlot voor jonge lezers.
Gedeeld: epische wereld, snel tempo en toegankelijk
Ook Nic Blake gaat op pad met een opdracht die te groot lijkt voor een kind, net als de reddingstocht voor de pegasus-eieren bij Funke. Angie Thomas mengt magie met het gewone leven van een Amerikaans meisje, en houdt het tempo net zo hoog.
De tocht naar de griffioen voert Thomas en zijn vrienden langs gevaarlijke wezens, en ook Sam Blink belandt in een bos dat allesbehalve vriendelijk is. Matt Haig voegt er een flinke dosis droge humor aan toe, maar de spanning zit op dezelfde plek: wat schuilt er tussen de bomen?
Een dier als reisgenoot en een vlucht door het bos: Aster maakt bij Lindsey Kelk een tocht die doet denken aan Thomas met zijn draak. Het verhaal is luchtiger en korter van adem, met dezelfde warme vriendschap waarin niemand de ander laat vallen.
Gedeeld: gekozen familie (found family), snel tempo en toegankelijk
Thomas heeft maar tien dagen voor de zonneveer, en in dit derde Gorgels-boek is de klok net zo genadeloos. Myjer maakt van zijn beschermwezentjes een hecht groepje dat elkaar door weer en wind helpt, met meer grappen dan bij Funke. Begin wel bij deel een.
Thomas zoekt hulp bij wezens die gevaarlijk kunnen zijn, en huiskat Rufus waagt zich bij Erin Hunter tussen de wilde katten in het bos. Het verhaal wordt helemaal vanuit de dieren verteld, en vriendschap en trouw binnen de groep wegen even zwaar als bij Funke.
Marc de Bel bedenkt met de Boeboeks zijn eigen fabelwezens, klein en eigenwijs, zoals Funke dat met haar kobolden en draken doet. Het boek is speelser en Vlaamser, maar heeft dezelfde mix van gevaar en vriendschap in een wereld naast de onze.
Na Funkes griffioen en pegasus horen de sagen uit Vlaanderen er ook bij: Do van Ranst stuurt een meisje van negen de nacht in, met spookfiguren die ooit kinderen bang moesten maken. Korter en iets griezeliger dan de tocht van Thomas.
Ook bij Matt Haig staat een wereld vol magie op het spel en moet een kind het opnemen tegen een groot gevaar, net als Thomas voor de pegasusveulens. Het Noordpoolverhaal is vrolijker en gekker, met een zelfgekozen gezin dat even hecht is als Funkes vriendengroep.
Gedeeld: gekozen familie (found family), snel tempo en toegankelijk
Thomas wil magische wezens redden die bijna uitgestorven zijn, en bij Sanne Rooseboom gaat het om de laatste magie die nog over is. Ravi's avontuur begint dichter bij huis en is ontroerender, maar de vraag of het wonderlijke kan blijven bestaan klinkt net zo door.
Vier kinderen met elk een dier aan hun zijde trekken in Spirit Animals door een gevaarlijke wereld, zoals Thomas dat met draak Long doet. Dit tweede deel leest het best na het eerste, en het tempo ligt even hoog als in Funkes race van tien dagen.
Gedeeld: gekozen familie (found family), spanning en toegankelijk