Een machtige man met een politiek plan, en een buitenstaander die er per ongeluk tussen komt: in Stormvloed is dat Pitt tegenover Qin Shang, bij Steve Berry een Amerikaanse advocaat in een Rusland dat zijn tsaar terug wil. Berry graaft dieper in de geschiedenis van 1918.
Brandende musea door heel Europa trekken Cotton Malone uit zijn boekwinkel, zoals de migrantensmokkel van Qin Shang Pitt uit zijn rust haalt. Een vergelijkbare mix van reizen, snelle actie en een schurk met grote ambities, maar dan met oude schatten op de achtergrond.
Robert Bellamy is marineofficier, net als Pitt een man van de zee die aan wal in een complot belandt. Sheldons jacht door Europa op mensen die iets zagen wat niet gezien mocht worden, heeft het tempo van Stormvloed, met minder geweld en kortere hoofdstukken.
Qin Shang verbergt zijn smokkel achter een keurig bedrijf, en in Het Matlock document zit het kwaad achter de muren van een nette universiteit. Ludlum laat een docent zonder ervaring het werk van de overheid doen, wat het een stuk kwetsbaarder maakt dan Pitts aanpak in Stormvloed.
Na Stormvloed kun je met Sheldon de diplomatieke kant van internationale macht in: Mary Ashley wordt van docent in Kansas ineens ambassadeur. Ook hier draait het om een gevaarlijk netwerk dat een buitenstaander pas laat doorziet, verteld in een vlot, toegankelijk tempo.
In Stormvloed komt Pitt op voor migranten die door een rijke smokkelaar als handelswaar worden behandeld. Baldacci's Vuil spel zet een vergeten gevangene centraal die al decennia vastzit, met dezelfde boosheid over machtsmisbruik en een Amerikaanse legerbasis als decor.
Grenzen en smokkelroutes zijn in Clancy's De ogen van de vijand net zo belangrijk als in Stormvloed: CIA-agent Maxwell Moore wordt na jaren undercover teruggeroepen naar een dreiging dichter bij huis. Meer militaire details, hetzelfde snelle schakelen tussen locaties.
Daniel Silva laat Gabriel Allon na aanslagen in Parijs en Amsterdam een netwerk van binnenuit aanpakken, een andere aanpak dan Pitts directe confrontatie met Qin Shang. Wie de schaal en het internationale karakter van Stormvloed waardeerde, vindt hier een serieuzere, politieke tegenhanger.
Na de onderwatervondst in Stormvloed trekt Crichton de natuur in: zeven studenten van een biotechbedrijf op Hawaï belanden in een wereld die ineens levensgevaarlijk is. Even snel, minder politiek, met wetenschap als motor van de spanning.
Smokkel van mensen in Stormvloed, een dodelijk virus bij Ludlum: in beide boeken loopt een dreiging over grenzen heen voordat iemand het doorziet. Jon Smith is legerarts in plaats van duiker, maar hij werkt net zo eigenzinnig en het tempo ligt hoog.
Annika Bengtzon onderzoekt een bomaanslag op het Olympisch stadion van Stockholm, en net als Pitt gaat ze door waar anderen stoppen. Een kleinere, Zweedse setting dan Stormvloed, maar dezelfde vaart en een sterke hoofdpersoon die zich niet laat afschepen.
Een ex-agent die het opneemt tegen een organisatie met eindeloze middelen: Koontz zet Spencer Grant in dezelfde positie als Pitt tegenover Qin Shang. Duistere stromen is grimmiger en draait meer om een opgejaagde man dan om een avontuur op zee.