Linden die haar eigen zoon niet meer kan vertrouwen, en Fitz die aan het hof van de Zieners niemand kan vertrouwen: allebei boeken waarin wantrouwen het grootste gevaar is. Hobb vertelt intiemer, in de ik-vorm, maar emotioneel komt het even hard binnen.
Gedeeld: emotioneel, epische wereld en psychologisch
Jemisin schrijft net als Donaldson in Spook van weleer over een moeder die haar kind kwijt is en een wereld die op instorten staat. De Gebroken aarde is vlotter verteld, maar net zo donker en psychologisch scherp.
Bij Gaiman weet Shadow nooit precies wie of wat er tegenover hem staat, zoals Linden twijfelt aan de Covenant en Jeremiah die op haar af rijden. Amerikaanse goden speelt in onze eigen wereld, maar de spanning van wantrouwige ontmoetingen is dezelfde.
Spook van weleer is een van de donkerste delen van Covenant, en Kinderen van Húrin is Tolkien op zijn donkerst. Allebei laten ze zien hoe goede bedoelingen in een vervloekte wereld toch verkeerd uitpakken.
Het Rad des Tijds is net als de laatste kronieken van Covenant een lange cyclus waarin elk deel verder graaft. Wie het geduld heeft voor Donaldsons lange zinnen en trage opbouw, kan bij Jordan een nieuwe wereld van dezelfde omvang beginnen.
Gedeeld: epische wereld, langzaam opbouwend en uitgewerkt magiesysteem
Naast de getormenteerde Linden is Simon een frisse hoofdpersoon, maar Tad Williams deelt met Donaldson de liefde voor een wereld met een eigen geschiedenis. De drakentroon begint traag en wordt steeds duisterder, dus geef het tijd.
Linden vecht om wat ze verloren heeft, de bewoners van Tigana om de naam van hun land, die door een tovenaar is uitgewist. Kay schrijft lyrischer dan Donaldson, met dezelfde nadruk op rouw en herinnering.
Gedeeld: emotioneel, epische wereld en langzaam opbouwend
In Spook van weleer maakt magie de grens tussen wat echt is en wat niet vaag; dat doet Evanby ook met een schrijver wiens woorden werelden scheppen. Een Nederlandse titel met net zo'n eigen taal voor zijn magie.
Gedeeld: epische wereld en uitgewerkt magiesysteem
Moorcock en Donaldson schreven allebei fantasy over hoofdpersonen die je niet altijd sympathiek vindt. Elric is kort en scherp, een goed tussendoortje na het dikke Spook van weleer, met dezelfde morele twijfel.
Goodkind begint zijn reeks zoals Donaldson zijn laatste kronieken: met iemand die zonder het te willen in een groot conflict belandt. Het is vlotter en avontuurlijker van toon, met een magiesysteem dat het verhaal stuurt.
Wie in Spook van weleer vooral genoot van de oude volken en hun geschiedenis, vindt bij Weis een vergelijkbaar rijk met lagen uit het verleden. Toegankelijker en minder somber dan Donaldson, maar wel met een groot duister plan op de achtergrond.