Net als Na de pauze is dit de volledige tekst van een theatershow, hier van Youp van 't Hek. Ook bij hem schuift de humor op naar iets ernstigers, en lees je hoe een cabaretier over gemis en tijd nadenkt.
Na zeven jaar stilte kwam Finkers terug met een voorstelling waarin ernst meer ruimte krijgt. Kees van Kooten maakte een vergelijkbare stap in zes verhalen en drie gedichten vol weemoed, met de grap nog altijd binnen handbereik.
Zeven jaar weg van het podium, en dan een voorstelling die terugkijkt en bezinnender is: zo klinkt Na de pauze. Van Kooten zocht in zijn latere verhalen dezelfde richting, met herinneringen die vervagen en een grap die weemoedig wordt.
In het programmaboek schrijft Finkers een essay over Gerard Reve; Kluun vraagt opiniemakers en filosofen of God bestaat. Twee humoristen die de grote vragen serieus nemen zonder hun grappen te verliezen.
Finkers' essay over Reve laat zien hoeveel hij van taal en literatuur houdt. In de roman van Verhulst draait alles om een jongen die verliefd is op woorden; een Vlaams boek met dezelfde mix van lachen en slikken als deze voorstelling.
Een dichter is een week te gast op een poëziefestival, en Remco Campert maakt daar een lichte, weemoedige roman van. Wie bij Na de pauze de stukken over schrijven en Reve waardeerde, leest dit met plezier.
De tweede dichtbundel van Ellen Deckwitz gaat over haar die de verkeerde kleur kreeg en over de ergernissen van de puberteit. Grappig en literair tegelijk, zoals Finkers hier ook nadrukkelijker literair wordt.
Ignatius J. Reilly is lui, zwaarlijvig en overtuigd van zijn genialiteit. John Kennedy Toole schreef een klassieke komische roman met een tragische ondertoon, voor wie bij Finkers humor met diepgang zoekt.
In Na de pauze laat Finkers de grap vaker los om iets ernstigs te zeggen. Haig doet dat in een roman met een komisch uitgangspunt, een bezoeker van buiten de aarde in het lichaam van een professor, en stelt via hem de vraag wat een mens eigenlijk is.
Thomése laat J. Kessels en zijn schepper in de gekste situaties belanden. Absurd, literair en geestig: wie bij Finkers merkte dat de grap ook een verhaal kan dragen, vindt hier hetzelfde evenwicht.
Naast de theatertekst staan in dit boek stukken uit het programmaboek, en daarin is Finkers essayist. Van den Boogaard schrijft ook zulke beschouwende, geestige stukken, vol reizen en zelfspot, en hij spaart zijn eigen ijdelheid niet.
De kroonprins glipt de straten van Den Haag in, moe van protocol. Rodaan Al Galidi gebruikt een komisch gegeven om iets te zeggen over vrijheid en Nederland, zoals Finkers zijn grappen een ernstige laag geeft.