Net als God is gek is dit een pamflet: kort, fel en met een duidelijke mening. Waar Kluun de vraag naar God en de dood stelt, neemt Tom Lanoye het spook van 'woke' onder handen, en ook hij laat de grap nooit ver weg.
Wie bij Kluun genoot van een groot onderwerp in een klein boek, vindt bij Pfeijffer hetzelfde formaat. Zijn korte essay gaat over ironie in het publieke debat: minder persoonlijk dan Kluuns zoektocht, wel even scherp en geestig.
Mag je niks meer zeggen, moet kunst van belastinggeld? Claudia de Breij stelt hardop vragen waar iedereen een mening over heeft, zoals Kluun dat doet met geloof. Luchtig van toon, maar ze meent het, en dat voel je op elke pagina.
Kluun verbindt grote vragen met zijn eigen leven; Claudia de Breij doet iets vergelijkbaars bij het maken van haar oudejaarsconference van 2016. Je kijkt mee hoe een komiek nadenkt over de wereld, met veel humor en af en toe een openhartig moment.
Kluun schrijft openhartig over zijn eigen zoektocht, Marja Pruis over het dagelijks leven in één doorlopend essayboek. Beide mengen persoonlijke ervaring met nadenken over hoe je moet leven, toegankelijk en zonder zwaar filosofisch jargon.
Een vraag die groter is dan hij lijkt, uitgezocht met een knipoog: bij Kluun is dat of God bestaat, bij Marja Pruis wat sociale media doen met onze eigenliefde. Ook zij combineert scherpe observaties met een flinke dosis humor.
Na het verlies van zijn vrouw zoekt Kluun naar houvast; Matt Haig zoekt uit hoe je gelukkig en menselijk blijft tussen stress, schermen en nieuws. Haig is serieuzer en minder spotziek, maar net zo eerlijk over wat hem zelf bezighoudt.
Ook Arjen Lubach mengt zijn eigen leven met commentaar op de wereld, in verslagen uit Los Angeles, Vlieland en Friesland. Voor wie bij God is gek vooral van de zelfspot genoot: Lubach spaart zichzelf evenmin.
Kluun schrijft over rouw en geloof met een grap op de juiste plek; Özcan Akyol doet dat over zijn familie en vooral zijn moeder. Emotioneel en grappig tegelijk, en minder discussie, meer warmte.
Benali kijkt in een kort essay naar hoe racisme en tolerantie de afgelopen veertig jaar veranderden. Zoals in God is gek gaat het om een vraag waar het hele land over praat, persoonlijk benaderd en vlot te lezen in een avond.
Oscar van den Boogaard bekijkt mensen die bij de elite willen horen, en zichzelf net zo kritisch. Wie de zelfspot van Kluun waardeert, herkent die houding: de schrijver lacht niet alleen om anderen maar ook om zijn eigen ijdelheid.
Kluun praat met filosofen over het hiernamaals en lacht intussen om zichzelf. Die zelfspot vind je ook bij de Ierse Keyes, al gaat zij liever over haar eigen dagelijkse beslommeringen dan over geloof, in een bundel losse stukken.