Roya vertelt haar verhaal aan konijntje Misjka; Maantje en haar ouders proberen een eenzaam baby-eekhoorntje aan het eten te krijgen. Sjoerd Kuyper laat net als Van de Vendel zien hoeveel troost een klein dier een kind kan geven, zonder zwaar te worden.
Waar Roya in Nederland haar plek zoekt na de vlucht, viert Ibrahim bij Özcan Akyol kerstavond met een zieke broer op de bank. Beide boeken kijken door de ogen van een kind naar een gezin dat het zwaar heeft, en blijven toch licht van toon.
Misjka begint in een nieuw Nederlands huis, Aan de bal in een arm Afrikaans dorp waar Rahmane zijn vader op het land helpt. Lieneke Dijkzeul geeft net zo'n rustig, eerlijk beeld van een kind uit een ander land, voor dezelfde leeftijd.
Gedeeld: toegankelijk, emotioneel en langzaam opbouwend
Roya praat tegen Misjka omdat een konijn niets terugvraagt. In Wolf van Martha Heesen staat ook een dier tussen kinderen in, maar dan als iets wat een vriendschap op de proef stelt: een stiller, wat ouder boek met dezelfde zachte blik.
Een ander soort verdriet, net zo eerlijk verteld: in de klas van juf Ina blijkt Akkie leukemie te hebben. Jacques Vriens schrijft, net als Van de Vendel in Misjka, over iets zwaars voor kinderen, met humor en een klas die meeleeft.
Roya merkt dat ze zelf veel van haar vlucht vergeten is; Wessel ziet zijn opa vergeetachtig worden en rare dingen doen. Erna Sassen schrijft over geheugen en gemis met dezelfde kinderlijke nuchterheid als Van de Vendel.
Het konijntje is voor Roya een vertrouweling in een land dat nog nieuw is. Lydia Rood schrijft over een meisje dat ook troost en vrijheid vindt bij dieren, in de zee in plaats van in een hok, avontuurlijker maar net zo teder.
Wie bij Misjka geraakt werd door Roya's herinneringen, vindt bij Elvis Peeters een even zacht boek over Yule, met sproeten van oor tot oor net als mama. Klein van opzet, groot van gevoel, en voor dezelfde jonge lezers.
Misjka gaat over wat Roya meedraagt uit haar land en wat ze kwijt is geraakt. Erna Sassen kijkt in dit boek net zo eerlijk naar een kind dat zich terugtrekt omdat thuis iets niet klopt, met korte scènes en weinig woorden.
Roya's familie bouwt een nieuw leven op, Lola leeft tussen twee huizen: doordeweeks bij haar moeder en stiefvader, in het weekend bij vader Charlie met zijn eetcafé. Jacqueline Wilson schrijft net zo warm over een kind dat zich aanpast.
Nog een dierenboek van Edward van de Vendel, dit keer poëtischer: een jong vosje valt in een kuil en droomt zijn leven opnieuw. Waar Misjka op ware gebeurtenissen leunt, is dit een sprookjesachtige terugblik, met dezelfde zachte toon.
Roya ontdekt via haar konijn hoeveel ze vergeten is van de reis naar Nederland. Do van Ranst schrijft ook over herinneringen en heimwee, maar vanuit twee oude mannen in een rusthuis; licht, grappig en ontroerend tegelijk.