Jakabok schrijft zijn memoires als demon, Lestat de zijne als vampier: allebei monsters die hun eigen verhaal willen vertellen. Anne Rice is romantischer en ernstiger, Barker grappiger en vuiler, maar die verteller met een eigen agenda is dezelfde.
Meneer W.E.G. Wezen mengt horror met zwarte humor, en dat doet Gaiman ook in zijn verborgen Londen onder de straten. Niemandsland heeft een gewone held in plaats van een demon, maar dezelfde mix van griezelen en grinniken.
Matt Haig laat een gezin vampiers proberen normaal te doen in een Engels dorp, Barker laat een kleine demon zich verstoppen in een boek. Beide boeken halen hun humor uit monsters die niet helemaal passen in de wereld waarin ze terechtkomen.
Kingsley Amis schrijft net als Barker in deze roman een spookverhaal met een knipoog. Waar Jakabok door het vijftiende-eeuwse Europa trekt, blijft Amis in een herberg op het platteland, maar de spottende toon over goed en kwaad is verwant.
De laatste wens is net zo luchtig en zwartgallig als het verhaal van Jakabok, met monsters die niet altijd de slechteriken zijn. Sapkowski is meer avontuur dan horror, maar de spot met mensen en hun bijgeloof deelt hij met Barker.
Meneer W.E.G. Wezen is een boek vol bedrog, en Scott Lynch heeft er een hele bende oplichters van gemaakt. De leugens van Locke Lamora speelt in een verzonnen stad in plaats van het oude Europa, maar de grappige, wrede toon is dezelfde.
Jakabok praat recht tegen je aan, en dat doet de tovenaar Harry Dresden ook. Jim Butcher zet zijn verhaal in het moderne Chicago, met spoken en demonen als werkkracht, en dezelfde mix van snel tempo en grappige ellende.
Wie in Meneer W.E.G. Wezen genoot van een demon die zijn eigen streken uitlegt, vindt in Heksen en ondoden een even brutaal stemmetje. Kim Harrison zet heksen en vampiers in een moderne stad, lichter dan Barker maar met dezelfde vaart.
Barker laat zien hoe gruwel en grap dicht bij elkaar liggen, en Mariana Enríquez doet dat met verhalen uit het hedendaagse Argentinië. Ernstiger en literairder, maar met dezelfde lust om de lezer ongemakkelijk te laten lachen.
Peter Grant ontdekt in Londen dat geesten en goden echt bestaan, zoals Jakabok ontdekt dat de mensenwereld vreemder is dan de hel. Ben Aaronovitch mengt politiewerk met magie en veel droge humor, iets minder grimmig dan Barker.
Jakabok is een sympathieke schurk, en Joe Abercrombie heeft er een hele cast van. De macht van het zwaard is een fantasyroman vol cynische humor en harde scènes, met dezelfde scheve blik op helden die Barker hier laat zien.
Wie na Meneer W.E.G. Wezen meer Barker wil, vindt in Weefwereld een groter, ernstiger verhaal over een verborgen magische wereld. Minder grappen dan de memoires van Jakabok, maar dezelfde rijke verbeelding en hetzelfde gevoel voor het duistere.