Thóra Gudmundsdóttir en Temperance Brennan zijn allebei vrouwen buiten de recherche die zich vastbijten in een zaak. Kathy Reichs leunt meer op forensisch werk dan op het juridische werk van Kijk me aan, maar de toon is net zo toegankelijk.
Wie in Kijk me aan van de IJslandse kou hield, vindt in deze Brennan een besneeuwd Montreal. Reichs schrijft net zo vlot als Yrsa, met een slimme vrouwelijke hoofdpersoon die verder kijkt dan de officiële lezing van de feiten.
Een vrouw die tegen de stroom in blijft zoeken, zoals Thóra dat voor Jakob doet: dat is ook Kay Scarpetta. Cornwell is technischer en Amerikaanser, maar leest net zo makkelijk en houdt de duistere kant van de zaak goed in balans.
Kijk me aan gaat over kwetsbare mensen die door het systeem worden vergeten, en daar draait het ook bij Angela Marsons om. Kim Stone is feller dan de rustige advocate Thóra en het boek is duisterder, maar de betrokkenheid bij de slachtoffers is dezelfde.
Net als Kijk me aan combineert dit derde Bill Hodges-boek een donkere zaak met veel aandacht voor de mensen eromheen. Stephen King leest even vlot als Yrsa, met een speurder die met zijn gezondheid worstelt maar niet wil stoppen.
Thóra onderzoekt een brand in een tehuis, Maura Isles een misdrijf achter kloostermuren: twee besloten werelden waar buitenstaanders weinig zien. Gerritsen is iets sneller en medischer, maar haar toegankelijke stijl ligt dicht bij die van Yrsa.
Varg Veum gaat net als Thóra terug naar een zaak waarin een jong mens door de instanties tekort is gedaan. Staalesen schrijft Noorse misdaad met een rustige, menselijke blik, net zo leesbaar als Kijk me aan.
In Kijk me aan twijfelt Thóra aan een zaak die iedereen al als afgesloten ziet, en Wallander doet in dit boek hetzelfde. Mankell is somberder en trager, maar de koppige vraag wat er werkelijk gebeurde drijft beide verhalen.
Marelle Boersma schrijft net zo toegankelijk als Yrsa in Kijk me aan, over een vrouw die zich in haar omgeving niet veilig voelt. Het is huiselijker en psychologischer, zonder advocaat, maar met dezelfde vraag wie je kunt vertrouwen.
Wie bij Kijk me aan meeleefde met de menselijke kant van een misdaad, vindt bij Esther Verhoef een gewoon gezin dat onder druk komt te staan. Verhoef is snel en toegankelijk, met minder onderzoek en meer drama thuis.
Hilde Vandermeeren laat net als Yrsa een buitenstaander een zaak uitzoeken die de politie liever laat rusten. Haar webdesigner is eenzelviger dan Thóra, maar de vlotte stijl en de lichte duisternis zijn vergelijkbaar.
Na de zaak rond Jakob past een boek waarin een lijkschouwer en de politie samen zoeken in een kleine gemeenschap. Karin Slaughter is harder en duisterder dan Yrsa in Kijk me aan, maar net zo toegankelijk geschreven.